De meeste gezinnen hebben een familiale verzekering om zich in te dekken tegen de financiële gevolgen van onaangename verrassingen.
Maar wat als uw kind opzettelijk het raam van de buurman inklopt? Of wat als uw kind een diefstal pleegt of betrokken raakt in een gevecht? Komt de familiale verzekering dan ook nog tussen om de schade van de slachtoffers te vergoeden? De antwoorden op deze vragen kan u lezen in deze Wanted Fact.
De familiale verzekering
De familiale verzekering dekt de burgerlijke/buitencontractuele aansprakelijkheid die de verzekerde, buiten zijn beroepsactiviteit, kan oplopen krachtens Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, in het bijzonder de artikelen 6.5 tot en met 6.17 BW. Daarnaast dekt de verzekering ook de schade die gezinsleden van de verzekerde aan anderen toebrengen.
Met andere woorden betekent dit dat u de tussenkomst van de familiale verzekering kan vragen wanneer u of iemand van uw gezin (on)gewild schade heeft veroorzaakt aan (de goederen van) een persoon, en wanneer dit is gebeurd in de vrije tijd. Bijvoorbeeld wanneer één van de kinderen per ongeluk de bal door het raam van uw buurman schopt, kan de verzekering worden aangesproken om de schade hiervan te vergoeden.
Opzettelijke schade
De vraag is nu: wat bij schade die uw kind opzettelijk berokkent?
Het antwoord op deze vraag is niet zo eenvoudig. Strikt juridisch kan men nog steeds niet overeenkomen dat wie het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt, daarvoor door een verzekering wordt gedekt. Opzet is immers in beginsel niet verzekerbaar. Dit betekent dat opzettelijke daden van jongeren in beginsel niet door de familiale verzekering worden gedekt.
Toch bevatten heel wat verzekeringspolissen een clausule waardoor schade veroorzaakt door opzettelijk gedrag van een verzekerde jonger dan achttien jaar toch minstens gedeeltelijk in de dekking blijft inbegrepen, al blijft dit afhankelijk van de concrete polisvoorwaarden.
Onder het nieuwe recht is de persoonlijke buitencontractuele aansprakelijkheid van minderjarigen nu wel wettelijk verduidelijkt. Een minderjarige van minder dan twaalf jaar is in beginsel niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit (art. 6.9 BW). Een minderjarige van twaalf jaar of meer is dat in beginsel wel (art. 6.10, eerste lid BW), al kan de rechter zijn vergoedingsplicht matigen of zelfs uitsluiten naar billijkheid (art. 6.10, tweede lid BW).
Voor de vraag of de familiale verzekering tussenkomt, blijft evenwel het onderscheid tussen de persoonlijke dekking van het kind en de aansprakelijkheid van de ouders van belang.
Opzettelijk veroorzaakte schade door het kind zelf zal doorgaans niet gedekt zijn wanneer het kind als rechtstreekse schadeveroorzaker wordt aangesproken. Betekent dit dan dat u als ouder voor deze schade zelf dient op te draaien? Toch niet, hierboven hadden we het al over de dekking van de verzekering voor fouten van uw kind.
Uw familiale verzekering dekt echter ook uw aansprakelijkheid als ouder of als andere titularis van het gezag over de persoon van de minderjarige. Onder Boek 6 zijn ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers die het gezag hebben over de persoon van een minderjarige van minder dan zestien jaar foutloos aansprakelijk voor de schade die deze minderjarige aan derden veroorzaakt (art. 6.12, eerste lid BW). Gaat het om een minderjarige van zestien jaar of meer, dan blijven zij aansprakelijk, maar kunnen zij zich bevrijden indien zij aantonen dat de schade niet te wijten is aan een fout van hun kant (art. 6.12, tweede lid BW).
Kortom, ook onder het nieuwe recht zal men in de praktijk in vele gevallen de familiale verzekeraar van de ouders moeten aanspreken wanneer een minderjarig kind opzettelijk schade veroorzaakt. Voor de ouders is de dekking dus nog altijd van groot belang, ook al kan de persoonlijke dekking van het kind zelf uitgesloten blijven.
Indien de familiale verzekering tussenkwam voor de ouders, maar de jongere had de schade opzettelijk aangericht, dan rijst nog de vraag of de verzekeraar het uitgekeerde bedrag later van de jongere kan terugvorderen.
Het Hof van Cassatie heeft reeds in 2010 geoordeeld dat de familiale verzekeraar die tussenkomt voor de aansprakelijkheid van de ouders, het uitgekeerde bedrag niet zomaar kan terugvorderen van de inmiddels meerderjarig geworden jongere louter omdat die de schade opzettelijk had aangericht. Ook vandaag blijft dat arrest relevant.
Conclusie
Als u, als ouder of als andere persoon met gezag over de minderjarige, wordt aangesproken voor een schadegeval veroorzaakt door uw kind, moet u dus niet aarzelen om uw familiale verzekeraar aan te spreken.
Onder het nieuwe Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van minderjarigen en van de personen die gezag over hen uitoefenen anders gestructureerd dan vroeger. De oude verwijzingen naar de artikelen 1382 tot en met 1386bis oud BW en artikel 1384, tweede lid oud BW moeten daarom worden vervangen door de bepalingen van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, in het bijzonder de artikelen 6.5, 6.9, 6.10 en 6.12 BW.
Of de verzekeraar ook effectief dekking verleent voor de opzettelijke daad van het kind zelf, blijft ten slotte afhangen van de verzekeringswet en van de concrete polisvoorwaarden. Daarom blijft een nazicht van de toepasselijke polis in elk concreet dossier noodzakelijk.
Contacteer Wanted Law
Contacteer ons indien u meer specifieke vragen zou hebben inzake uw familiale verzekering of andere verzekeringspolissen, verweer tegen de weigering tot tussenkomst van uw verzekeraar, of specifieke vragen omtrent tussenkomst van uw verzekeraar in een concreet geval.