Het arm's length-principe bepaalt hoe vennootschappen uit dezelfde groep met elkaar mogen zakendoen: alsof ze vreemden zijn. Verkoopt uw Belgische vennootschap goedkoop aan een buitenlandse dochter, dan kan de fiscus de winst corrigeren. Waar komt dat principe vandaan, en hoe past België het toe?
Wat betekent arm's length?
"Arm's length" betekent letterlijk "op armlengte". Twee partijen houden afstand, alsof ze geen enkele band met elkaar hebben.
Fiscaal betekent het principe dit: transacties tussen verbonden ondernemingen moeten gebeuren tegen dezelfde voorwaarden die onafhankelijke partijen zouden afspreken. Denk aan de prijs van goederen, de vergoeding voor diensten, de rente op een lening of een licentievergoeding.
De prijzen die groepsvennootschappen elkaar aanrekenen, heten verrekenprijzen of transfer prices.
Waar komt het principe vandaan?
Het principe staat in artikel 9 van het OESO-Modelverdrag, over "geassocieerde ondernemingen". Dat model ligt aan de basis van de meeste dubbelbelastingverdragen, ook die van België.
Sinds 1979 werkt de OESO het principe verder uit in de OESO Transfer Pricing Guidelines. Die richtlijnen zijn het internationale referentiekader voor verrekenprijzen. Ook de Belgische fiscus houdt er rekening mee.
Waarom bestaat dit principe?
Zonder dit principe zou een internationale groep haar winst vrij kunnen verschuiven naar het land met het laagste belastingtarief. Ze zou gewoon de prijzen tussen haar vennootschappen kunstmatig kunnen aanpassen.
Het arm's length-principe voorkomt dat. Elke vennootschap in de groep wordt belast alsof ze een zelfstandige onderneming is. Daarbij kijkt men naar:
- de functies die ze uitoefent;
- de activa die ze gebruikt;
- de risico's die ze draagt.
Hoe past België het principe toe?
Voor grensoverschrijdende transacties tussen verbonden vennootschappen is artikel 185, § 2 WIB 92 de centrale bepaling:
- is de winst van een Belgische vennootschap te laag door voorwaarden die niet marktconform zijn, dan kan de fiscus die winst opwaarts corrigeren;
- is de winst van een Belgische vennootschap net te hoog, omdat ze winst bevat die elders al belast werd, dan is onder voorwaarden een overeenstemmende neerwaartse correctie mogelijk.
Daarnaast blijft artikel 26 WIB 92 over abnormale of goedgunstige voordelen belangrijk. Die bepaling is ouder en ruimer, en geldt ook voor zuiver Belgische situaties. Hoe beide correcties werken, leest u in Wat zijn abnormale of goedgunstige voordelen?
Hoe een marktconforme prijs concreet bepaald wordt, leest u in Welke transfer pricing methodes bestaan er?
Recente evoluties: waar wordt de waarde gecreëerd?
Met het BEPS-project (Base Erosion and Profit Shifting) verschoof de OESO de nadruk. Het gaat niet langer alleen om wat er in de contracten staat, maar om de vraag waar de economische waarde werkelijk gecreëerd wordt.
Voor immateriële activa, zoals octrooien en merken, geldt sindsdien de DEMPE-analyse. Men kijkt welke vennootschap instaat voor de ontwikkeling, verbetering, het onderhoud, de bescherming en de exploitatie ervan. Die vennootschap moet ook het rendement krijgen.
In 2024 werkte de OESO met Amount B bovendien een vereenvoudigde aanpak uit voor eenvoudige distributieactiviteiten. Het arm's length-principe zelf blijft daarbij overeind.
Meer over de internationale fiscale context leest u in EU- en internationale fiscaliteit.
Kort samengevat: vraag en antwoord
Wat is het arm's length-principe? Het principe dat verbonden ondernemingen met elkaar zakendoen tegen dezelfde voorwaarden als onafhankelijke partijen.
Hoe dwingt België het principe af? Vooral via artikel 185, § 2 WIB 92 voor grensoverschrijdende correcties, en via artikel 26 WIB 92 over abnormale of goedgunstige voordelen.
Veelgestelde vragen
Wat zijn verrekenprijzen?
De prijzen die vennootschappen uit dezelfde groep elkaar aanrekenen, bijvoorbeeld voor goederen, diensten, leningen of licenties.
Waar komt het arm's length-principe vandaan?
Uit artikel 9 van het OESO-Modelverdrag. De OESO werkt het sinds 1979 verder uit in de Transfer Pricing Guidelines.
Geldt het principe ook tussen twee Belgische vennootschappen?
Artikel 185, § 2 WIB 92 viseert grensoverschrijdende situaties. Tussen Belgische vennootschappen kan de fiscus wel optreden via de regels over abnormale of goedgunstige voordelen (art. 26 WIB 92).
Wat is een DEMPE-analyse?
Een analyse die nagaat welke vennootschap in een groep instaat voor de ontwikkeling, verbetering, het onderhoud, de bescherming en de exploitatie van immateriële activa, en dus recht heeft op het rendement ervan.
Vragen over belastingen?
De advocaten van Wanted Law Tax luisteren graag naar uw verhaal. Neem gerust contact op!
Kom ook alles te weten over
Wat zeggen onze cliënten over de dienstverlening van Wanted Law?
Lees de reviews van onze cliënten.