Fiscaal ten laste: een kind, een ouder of een broer of zus die bij u woont, kan uw belasting verlagen. U krijgt dan een hogere belastingvrije som. Maar de regels veranderden recent grondig. Wie nog rekent met de grenzen van enkele jaren geleden, zit er al snel naast. Hieronder leest u wie ten laste kan zijn en wat er sinds aanslagjaar 2026 anders is.
Wie kan fiscaal ten laste zijn?
Artikel 136 WIB 92 noemt vier groepen personen:
- uw kinderen;
- uw ascendenten: uw ouders en grootouders;
- uw zijverwanten tot en met de tweede graad: uw broers en zussen, ook halfbroers en halfzussen;
- de personen bij wie u zelf als kind volledig of hoofdzakelijk ten laste was, bijvoorbeeld een tante die u heeft opgevoed. U moet dan vóór uw meerderjarigheid bij die persoon zijn opgenomen.
Voor alle groepen geldt dezelfde basisvoorwaarde: de persoon maakt op 1 januari van het aanslagjaar deel uit van uw gezin. Daarnaast mag hij of zij maar beperkte eigen bestaansmiddelen hebben.
Wat veranderde er vanaf aanslagjaar 2026?
De wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen wijzigde de regels voor personen ten laste. De wijzigingen gelden vanaf aanslagjaar 2026, dus voor de inkomsten van 2025. De FOD Financiën lichtte ze toe in circulaire 2026/C/25.
Eén grens voor alle kinderen. Vroeger hing de grens voor de bestaansmiddelen van een kind af van uw gezinssituatie: alleenstaande ouder of koppel. Dat onderscheid is weg. Er geldt nu één, flink hogere grens voor alle kinderen ten laste. Het basisbedrag ging van € 1.800,00 naar € 5.265,00 (art. 141 WIB 92). Geïndexeerd is dat € 12.000,00 netto voor aanslagjaar 2026 en € 12.300,00 netto voor aanslagjaar 2027.
Studiebeurzen tellen soms mee. Een studiebeurs die sociale zekerheidsrechten opbouwt, telt voortaan mee als bestaansmiddel. Dat raakt vooral doctoraatsstudenten. Gewone studiebeurzen zonder die opbouw blijven vrijgesteld.
Leefloon sluit uit. Wie een leefloon of gelijkwaardige financiële hulp van het OCMW krijgt, kan niet meer ten laste zijn. Het bedrag of de duur speelt geen rol.
Beroepsinkomsten in plaats van bezoldigingen. Wie in uw gezin woont en beroepsinkomsten ontvangt die voor u beroepskosten zijn, kan niet ten laste zijn. Vroeger sprak de wet alleen van bezoldigingen. Nu geldt de regel voor alle beroepsinkomsten (art. 145 WIB 92).
Hoeveel levert het op?
Voor elke persoon ten laste krijgt u een toeslag op uw belastingvrije som. Voor kinderen stijgt de toeslag met het aantal kinderen. Een kind met een handicap telt dubbel. De bedragen worden elk jaar geïndexeerd. Kijk dus altijd het bedrag na dat geldt voor uw aanslagjaar. Hoe de belastingvrije som uw belasting verlaagt, leest u in Hoe berekent men de personenbelasting?
De hervorming van de personenbelasting van 2026 brengt nieuwe wijzigingen. Vanaf aanslagjaar 2027 stijgt de toeslag voor het eerste en het tweede kind geleidelijk. De indexering van een aantal andere toeslagen wordt tijdelijk bevroren.
Ouders en grootouders: alleen bij zorgbehoevendheid
Voor een ouder, grootouder, broer of zus die een bepaalde leeftijd heeft bereikt, bestaat een verhoogde toeslag. Sinds aanslagjaar 2022 krijgt u die alleen nog als die persoon zorgbehoevend is. De minimumleeftijd stijgt mee met de wettelijke pensioenleeftijd: 66 jaar voor de aanslagjaren 2026 tot 2030, en 67 jaar vanaf aanslagjaar 2031.
Is uw familielid niet zorgbehoevend, dan krijgt u alleen de gewone toeslag. Een overgangsregeling voor wie al vóór de hervorming een 65-plusser ten laste had, liep af na aanslagjaar 2025. Meer daarover leest u in Kan ik als mantelzorger genieten van een belastingvoordeel?
Bent u gehuwd of wettelijk samenwonend, lees dan ook Wat is het huwelijksquotiënt?
Kort samengevat: vraag en antwoord
Wie kan fiscaal ten laste zijn? Uw kinderen, ouders en grootouders, broers en zussen, en de personen bij wie u zelf als kind ten laste was (art. 136 WIB 92). Ze moeten op 1 januari van het aanslagjaar deel uitmaken van uw gezin en mogen maar beperkte bestaansmiddelen hebben.
Wat veranderde er vanaf aanslagjaar 2026? Er geldt één, hogere grens voor de bestaansmiddelen van alle kinderen. Studiebeurzen met opbouw van sociale zekerheid tellen mee. Wie een leefloon krijgt, kan niet meer ten laste zijn.
Veelgestelde vragen
Geldt dezelfde grens voor kinderen van alleenstaande ouders en van koppels?
Ja. Sinds aanslagjaar 2026 is dat onderscheid afgeschaft. Voor alle kinderen geldt één grens: € 12.000,00 netto voor aanslagjaar 2026 en € 12.300,00 netto voor aanslagjaar 2027.
Telt de studiebeurs van mijn kind mee als bestaansmiddel?
Alleen als de beurs sociale zekerheidsrechten opbouwt, zoals vaak bij een doctoraatsbeurs. Een gewone studiebeurs blijft vrijgesteld.
Kan iemand met een leefloon nog ten laste zijn?
Nee. Sinds aanslagjaar 2026 kan wie een leefloon of gelijkwaardige OCMW-hulp ontvangt, niet meer als persoon ten laste gelden.
Krijg ik automatisch een verhoogde toeslag voor mijn oudere vader of moeder?
Nee. De verhoogde toeslag geldt alleen als uw ouder zorgbehoevend is en de vereiste leeftijd heeft bereikt. Anders krijgt u de gewone toeslag.
Vragen over belastingen?
De advocaten van Wanted Law Tax luisteren graag naar uw verhaal. Neem gerust contact op!
Kom ook alles te weten over
Wat zeggen onze cliënten over de dienstverlening van Wanted Law?
Lees de reviews van onze cliënten.