Hoe berekent men de personenbelasting?
Voor de diverse onderdelen van de personenbelasting (onroerende inkomsten, roerende inkomsten, beroepsinkomsten en diverse inkomsten) wordt er een netto-bedrag berekend. Men kijkt wat er binnen elke categorie belastbaar is en wat de aftrekbare lasten zijn en wat er eventueel vrijgesteld is. Zo kunnen bij de beroepsinkomsten de kosten voor sociale bijdragen of de werkelijke of forfaitaire beroepskosten worden afgetrokken. Op die manier bekomt men een netto bedrag voor de onroerende inkomsten, een netto bedrag voor de roerende inkomsten, een netto bedrag voor de beroepsinkomsten en een netto bedrag voor de diverse inkomsten. Deze vier netto bedragen telt u dan samen om het gezamenlijk belastbaar inkomen te berekenen. Er is wel een belangrijke uitzondering op dit systeem: sommige inkomsten worden afzonderlijk belast en komen niet in het gezamenlijk belastbaar inkomen. Afzonderlijk belaste inkomsten komen zowel voor bij de roerende inkomsten en de beroepsinkomsten als bij de diverse inkomsten.
Alles wat niet afzonderlijk belast is, maakt dus deel uit van het globaal netto belastbaar inkomen. Dit bedrag kan u verminderen door een aantal aftrekposten, zoals bijvoorbeeld het onderhoudsgeld voor 80%. Opgelet, hier gaat het over een vermindering van de belastbare basis, niet van de te betalen belasting. Men spreekt hier over een aftrekbare uitgave. Wanneer u zaken rechtstreeks kan aftrekken van de aan de federale overheid verschuldigde bedragen spreekt men van belastingverminderingen (zie hieronder). De fiscus gaat het gezamenlijk belastbaar inkomen belasten volgens progressieve tarieven.
Progressief.
In principe wordt er progressief belast, dit wil zeggen dat het te belasten bedrag wordt opgedeeld in schijven en er per schijf een percentage wordt toegepast. Hoe hoger het belastbaar inkomen, hoe meer kans dat u voor een deel in een hogere schijf belast wordt. Elk jaar worden de belastingschijven vastgelegd. De indexatie is bij wet voorzien (art. 178 van het Wetboek Inkomstenbelasting).
Een belangrijk element is nog dat er een belastingvrije som is (ongeveer 9.000 euro, maar dit verandert van jaar tot jaar), dit is een bedrag waarop geen belastingen betaald moeten worden. Dit belastingvrij bedrag kan een heel stuk verhoogd worden wanneer er kinderen ten laste zijn of wanneer de belastingplichtige een handicap heeft.
Inkomstenjaar 2021 (aanslagjaar 2022)
- Schijf 1: € 0 tot €13.540 : 25%
- Schijf 2: € 13.540,01 t/m € 23.900 : 40%
- Schijf 3: € 23.900,01 t/m € 41.360 : 45%
- Schijf 4: Meer dan 41.360,01 euro : 50%
Inkomstenjaar 2020 (aanslagjaar 2021)
- Schijf 1: € 0 tot €13.440 : 25%
- Schijf 2: € 13.440,01 t/m € 23.720 : 40%
- Schijf 3: € 23.720,01 t/m € 41.060 : 45%
- Schijf 4: Meer dan 41.060,01 euro : 50%
Belastingverminderingen.
Wanneer de belasting berekend is volgens dit progressief systeem, kan u nog eventueel bepaalde zaken gaan aftrekken van die belasting, dit zijn de zogenaamde (federale) belastingverminderingen. We denken hier bijvoorbeeld bij aan de vermindering voor lange termijn sparen of kinderoppas of de vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten, of verder nog over de giften die voor 45% kunnen aanleiding geven tot vermindering of de adoptiekosten voor 20% en anders nog de premies voor de rechtsbijstandverzekering onder bepaalde voorwaarden.
Jaar per jaar.
In de personenbelasting wordt er jaarlijks afgerekend. Het jaar van de afrekening noemt men het aanslagjaar, het jaar waarover het gaat het belastingjaar. De aangifte moet (indien via de applicatie tax-on-web) rond half juli ingediend worden. Het is goed om daarover de webpagina’s van de FOD Financiën in de gaten te houden. Wanneer een boekhouder een mandaat heeft van een belastingplichtige kan deze genieten van de deadline voor mandatarissen, die valt meestal in de loop van de maand oktober.
En wat als ik een partner heb?
De inkomsten van gehuwden en wettelijk samenwonenden worden afzonderlijk belast. Wanneer er een gezamenlijk inkomen is (bijvoorbeeld uit een gezamenlijk onroerend goed of wanneer men het wettelijk genot heeft van eigendommen van de kinderen zoals bepaald in artikel 127 en 130 van het Wetboek Inkomstenbelasting) wordt dit verdeeld. Er is wel maar één aanslagbiljet (afrekening) voor beide partners. Bij de aangifte zelf is er voor elke partner een eigen kolom om de inkomsten aan te geven. In het jaar van het huwelijk zal er nog een apart aanslagbiljet naar elke partner gezonden worden.
Elke partner heeft recht op de belastingvrije som maar de extra toeslagen voor kinderen ten laste gaan bij voorrang naar de partner met het hoogste inkomen.
Er zijn wel degelijk voordelen op gezinsniveau: zo kan u een verlies binnen de beroepsinkomsten of de diverse inkomsten overhevelen naar de beroepsinkomsten of de diverse inkomsten van de partner zodat die minder belastbaar inkomen heeft. Een ander voordeel voor gehuwden en wettelijk samenwonenden is het huwelijksquotiënt: dit is een systeem waarbij een persoon met een partner zonder of met heel weinig beroepsinkomen tot 30% van zijn inkomen kan ‘doorschuiven’ naar de partner, zodat dit bedrag in een lagere schijf belast wordt. De software van de overheid maakt deze oefening voor u. Indien er bedrijfsinkomsten zijn kan een deel worden toegekend aan de meewerkende echtgenoot.
Vragen over belastingen?
De advocaten van Wanted Law Tax luisteren graag naar uw verhaal. Neem gerust contact op!
Kom ook alles te weten over
Wat zeggen onze cliënten over de dienstverlening van Wanted Law?
Lees de reviews van onze cliënten.