Het recht op briefgeheim.
Communiceren is van alle tijden, of het nu mondeling, per brief of per mail is. Toch is het niet de bedoeling dat alles wat gezegd of geschreven wordt bekend geraakt. Er bestaat zoiets als het recht op communicatiegeheim, waarvan het recht op briefgeheim één aspect is. Dit laatste recht wordt in deze Wanted Wiki toegelicht.
Wat is het recht op briefgeheim?
Het recht op briefgeheim omvat twee componenten. Enerzijds zorgt het ervoor dat derden niet zomaar kennis kunnen nemen van brieven en dat brieven niet zomaar verloren gaan. Dit wordt ook aangeduid als de onschendbaarheid van het briefgeheim. Anderzijds zorgt dit recht ervoor dat derden de inhoud en/of het bestaan van vertrouwelijke briefwisseling niet te weten komen. Dit wordt ook wel het recht tot niet-openbaarmaking van vertrouwelijke brieven genoemd.
Deze laatste bescherming geldt enkel voor brieven met een vertrouwelijk karakter. In principe wordt deze vertrouwelijkheid vermoed en moet het tegendeel worden bewezen. Elementen die hierbij een invloed kunnen spelen zijn de hoedanigheid van de correspondenten (bv. twee advocaten of twee vrienden) en hetgeen waarover wordt geschreven.
De bescherming van het recht op briefgeheim.
Het eerste aspect van het recht op briefgeheim (de onschendbaarheid) wordt zowel op nationaal (artikel 29 Grondwet) als op internationaal niveau beschermd. Er is geen specifieke wettelijke grondslag voor het recht op briefgeheim als persoonlijkheidsrecht, maar er worden wel in specifieke strafrechtelijke bepalingen voorzien (artikelen 460 en 460bis Strafwetboek). Deze artikelen bestraffen de persoon die een brief die aan een postoperator werd toevertrouwd, wegmaakt of opent om het geheim ervan te schenden.
De bescherming zorgt ervoor dat vertrouwelijke brieven niet als bewijs kunnen worden gebruikt voor de rechter zonder toestemming van beide correspondenten. Hetzelfde geldt voor e-mailberichten. Worden deze brieven toch gebruikt, dan wordt dit gesanctioneerd door deze niet toe te laten in de procedure. Toch wordt hierop door de meerderheid in de rechtspraak een uitzondering toegelaten in echtscheidingsprocedures en andere procedures tussen echtgenoten. Deze uitzondering komt erop neer dat een echtgenoot een brief als bewijs mag gebruiken ook al is die brief gericht aan de andere echtgenoot of door deze laatste geschreven. Hier worden wel twee voorwaarden aan gekoppeld. Ten eerste moet de echtgenoot die zich op deze brief wenst te beroepen hier op rechtmatige wijze in het bezit van zijn geraakt. Daarnaast is vereist dat geen van de personen onderworpen is aan het beroepsgeheim.
Dezelfde redenering geldt voor het gebruik van briefwisseling tussen een ouder en zijn kinderen.
Toch gaat niet iedereen akkoord met deze uitzondering. Tussen echtgenoten kan er een zogenaamd ‘recht op nieuwsgierigheid’ spelen dat de ene echtgenoot toelaat te kijken of de ander zijn huwelijkse plichten naleeft. Dit recht kan dan een afwijking van het recht op briefgeheim tussen echtgenoten rechtvaardigen wanneer de echtgenoten op het ogenblik van de briefwisseling nog samenleven, er tussen hen geen gerechtelijke procedure loopt en hun nieuwsgierigheid binnen de mate van het redelijke blijft en dus niet obsessief wordt uitgeoefend.
Heeft u een probleem of een persoonlijke vraag?
Kom te weten wat uw mogelijkheden zijn en contacteer de advocaten van Wanted Law. Zij staan voor u klaar om u te helpen!