Bewijslast omkeren of bewijsmiddelen uitsluiten in de algemene voorwaarden: veel ondernemingen proberen het. Moet u als consument dan alles zelf bewijzen, en alleen met de bewijzen die de onderneming aanvaardt? Neen. De wet trekt een duidelijke grens. U leest hieronder waar die ligt, ook in contracten tussen ondernemingen.
Wie moet wat bewijzen?
Eerst de basisregel. Sinds 1 november 2020 staat het bewijsrecht in Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 8.4 BW zegt:
- wie iets van een ander eist, moet de feiten of rechtshandelingen bewijzen waarop die eis steunt;
- wie beweert dat hij bevrijd is, bijvoorbeeld omdat hij al geleverd of betaald heeft, moet dat bewijzen.
Een onderneming die stelt dat ze correct geleverd heeft, moet dat dus in principe zelf aantonen. Bovendien kunt u tegenover een onderneming in de regel met alle bewijsmiddelen bewijzen: getuigen, e-mails, foto's, berichten en vermoedens.
Eén bepaling, twee verboden
Artikel VI.83, 21° WER zet twee bedingen op de zwarte lijst. In een contract tussen een onderneming en een consument is een beding altijd onrechtmatig als het:
- de bewijsmiddelen waarop u zich kunt beroepen op ongeoorloofde wijze beperkt, of
- u een bewijslast oplegt die normaal op een andere partij rust.
Beide verboden staan in één en dezelfde bepaling. Het zijn dus geen twee aparte regels uit verschillende wetten.
Concrete voorbeelden
Omkering van de bewijslast. Een webwinkel bepaalt dat u moet bewijzen dat een pakket nooit aankwam. Normaal moet de verkoper bewijzen dat hij correct geleverd heeft. Dat beding is onrechtmatig.
Beperking van bewijsmiddelen. De voorwaarden bepalen dat een klacht alleen geldt als u een ondertekend ontvangstbewijs voorlegt. E-mails, foto's of getuigen tellen niet. Ook dat kan een ongeoorloofde beperking zijn.
Niet elke afspraak over bewijs is verboden. De wet verbiedt een beperking "op ongeoorloofde wijze". Een onderneming mag bijvoorbeeld vragen dat u een klacht schriftelijk bevestigt. Ze mag u echter niet zo beperken dat u uw gelijk niet meer kunt aantonen.
Een onrechtmatig beding is nietig. De rest van het contract blijft gelden als het zonder dat beding kan bestaan. Lees ook Wat is de sanctie van een onrechtmatig beding in de algemene voorwaarden?
En tussen ondernemingen?
Sinds 1 december 2020 bestaan er ook regels voor onrechtmatige bedingen tussen ondernemingen (B2B). Die zijn minder streng dan voor consumenten.
- Beperking van bewijsmiddelen. Een beding dat de bewijsmiddelen van de andere partij beperkt, staat op de "grijze lijst" (artikel VI.91/5, 7° WER). Het wordt vermoed onrechtmatig te zijn, tenzij de onderneming het tegendeel bewijst.
- Omkering van de bewijslast. Daarvoor bestaat in de B2B-regels geen specifieke bepaling. Een onderneming kan zich wel beroepen op de algemene norm van artikel VI.91/3 WER: een beding dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, is onrechtmatig.
Bij het verbod op verhaaluitsluiting is dat anders: daar bestaat wel een exacte B2B-tegenhanger. Zie Geen mogelijkheid tot verhaal? Is dat wel rechtsgeldig?
Of de rechter zo'n beding ook uit zichzelf moet aanpakken, leest u in Het ambtshalve opwerpen van het oneerlijke karakter van een beding door de rechter.
Kort samengevat: vraag en antwoord
Mag een onderneming de bewijslast naar de consument verschuiven? Neen. Een beding dat de consument een bewijslast oplegt die normaal op de onderneming rust, is onrechtmatig (artikel VI.83, 21° WER).
Mag een onderneming de bewijsmiddelen van een consument beperken? Niet op ongeoorloofde wijze. Ook dat valt onder artikel VI.83, 21° WER. Tussen ondernemingen wordt zo'n beding vermoed onrechtmatig te zijn (artikel VI.91/5, 7° WER).
Veelgestelde vragen
Mag een bedrijf mij verplichten alles zelf te bewijzen?
Neen. Een beding dat de bewijslast van de onderneming naar u als consument verschuift, is onrechtmatig en nietig.
Mag een bedrijf bepalen welke bewijzen ik mag gebruiken?
Het mag redelijke afspraken maken, zoals een schriftelijke bevestiging van uw klacht. Het mag uw bewijsmiddelen niet op ongeoorloofde wijze beperken.
Geldt deze bescherming ook tussen twee bedrijven?
Gedeeltelijk. Een beperking van bewijsmiddelen wordt vermoed onrechtmatig te zijn (artikel VI.91/5, 7° WER). Voor een omkering van de bewijslast geldt enkel de algemene norm van kennelijk onevenwicht (artikel VI.91/3 WER).
Sinds wanneer gelden de nieuwe bewijsregels?
Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek over bewijs is in werking sinds 1 november 2020.
Heeft u vragen omtrent een gerechtelijke procedure of wenst u zelf een proces op te starten?
Kom te weten wat uw mogelijkheden zijn en contacteer de advocaten van Wanted Law. Zij staan voor u klaar om u te helpen!