Het maximale rijverbod bij onopzettelijke doding in het verkeer.
Het maximale rijverbod bij onopzettelijke doding in het verkeer wordt bepaald in artikel 38 Wegverkeerswet:
“De vervallenverklaringen uitgesproken krachtens deze paragraaf bedragen ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar; zij kunnen evenwel uitgesproken worden voor een periode van meer dan vijf jaar of levenslang indien de schuldige veroordeeld wordt voor een inbreuk op artikel 419 van het Strafwetboek of binnen de drie jaar vóór de overtredingen bedoeld in 1° en 5°, veroordeeld is wegens een van deze overtredingen en voor het geval bedoeld in 4°.”
Wanneer het dus gaat om onopzettelijke doding door een verkeersongeval op basis van artikel 419 van het Strafwetboek, is het mogelijk dat de Politierechter u een rijverbod van 8 dagen tot meer dan 5 jaar of levenslang oplegt.
Onopzettelijke doding in het verkeer.
Onopzettelijke doding in het verkeer komt als misdrijf voor zowel in het Strafwetboek als in de Wegverkeerswet. In het Strafwetboek gaat het om verkeersongevallen, terwijl het in de Wegverkeerswet specifiek gaat om vluchtmisdrijven.
Onopzettelijke doding bij verkeersongevallen zonder vluchtmisdrijf (artikel 419 Strafwetboek).
Artikel 419 Strafwetboek bepaalt:
“Wanneer de doding het gevolg is van een verkeersongeval dan bedraagt de gevangenisstraf drie maanden tot vijf jaar en de geldboete 50 euro tot 2000 euro.”
Er zijn enkele vereisten om te kunnen spreken van onopzettelijke doding bij verkeersongevallen volgens het Strafwetboek. Onopzettelijk houdt in dat er sprake moet zijn van een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg. Daarnaast moet er sprake zijn van een overlijden. Als laatste is er een causaal verband vereist tussen het overlijden en het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg.
U riskeert op basis van artikel 419 Strafwetboek een gevangenisstraf van 3 maanden tot 5 jaar en een geldboete van 50 tot 2.000 EUR. Vermeerderd met opdeciemen (x8) gaat het om een geldboete van 400 tot 16.000 EUR.
Onopzettelijke doding bij verkeersongevallen met vluchtmisdrijf (artikel 33 Wegverkeerswet).
Artikel 33 Wegverkeerswet bepaalt de regelgeving rond vluchtmisdrijven:
“Heeft het ongeval voor een ander slagen of verwondingen tot gevolg gehad, dan wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar en met een geldboete van 400 euro tot 5.000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang.
Heeft het ongeval voor een ander de dood tot gevolg gehad, dan wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot vier jaar en met een geldboete van 400 euro tot 5000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang.”
Wanneer het verkeersongeval de dood tot gevolg heeft, leidt dit tot een zwaardere straf bij vluchtmisdrijven. Het gaat dan om een gevangenisstraf van 15 dagen tot 4 jaar en/of een geldboete van 400 tot 5.000 EUR. Vermeerderd met opdeciemen (x8), gaat het om een hoge geldboete van 3.200 tot 40.000 EUR. Daarnaast zal de Politierechter u ook het verval van het recht tot sturen opleggen van minstens 3 maanden en hoogstens 5 jaar of levenslang.
Werd u gedagvaard voor de Politierechtbank?
Kom te weten wat uw mogelijkheden zijn en contacteer de advocaten van Wanted Law. Zij staan voor u klaar om u te helpen!
Kom ook alles te weten over
Wat vinden onze cliënten van ons?