Het verschil tussen een straf en een beveiligingsmaatregel.
In het verkeersrecht zijn er verschillende beveiligingsmaatregelen mogelijk. Het verschil tussen een straf en een beveiligingsmaatregel ligt bij het doel dat men vooropstelt. Een beveiligingsmaatregel heeft namelijk in de eerste plaats, in tegenstelling tot een straf, niet als doel om te straffen. Het doel is voornamelijk om zowel de persoon zelf als de anderen in het verkeer te beschermen. De verkeersveiligheid is hier dus de prioriteit. Dit kan bijvoorbeeld door een beveiligingsrijverbod voor personen die niet geschikt zijn om een voertuig te besturen, of door de immobilisering van een voertuig als beveiligingsmaatregel. Een ander onderscheid is de persoon die de straf of de beveiligingsmaatregel oplegt. Enkel de rechter kan namelijk een straf opleggen. Bij een beveiligingsmaatregel kan het ook zijn dat het Openbaar Ministerie deze oplegt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de immobilisering van het voertuig of de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs.
Het beveiligingsrijverbod.
Één van de belangrijkste beveiligingsmaatregelen in het verkeer is het beveiligingsrijverbod op basis van artikel 42 Wegverkeerswet:
“Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig.
De uitspraak van dit verval is mogelijk in elke graad van veroordeling, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld.
De duur van het verval van het recht tot sturen is afhankelijk van het bewijs dat betrokkene niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen.”
Hier gaat het niet om een rijverbod als straf, maar om een rijverbod als beveiligingsmaatregel. De betrokkene is namelijk medisch of geestelijk ongeschikt om een voertuig te besturen. Het gaat dan ook om een rijverbod van onbepaalde duur. Het rijverbod zal pas hersteld worden wanneer blijkt dat de betrokkene wel terug geschikt is om een voertuig te besturen. Op basis van artikel 44 Wegverkeerswet kan u pas na 6 maanden een herziening van deze maatregel vragen. Indien de herziening wordt afgewezen, moet u weer 6 maanden wachten om een nieuw verzoek in te dienen. Deze herziening kan u vragen via een verzoekschrift gericht aan het Openbaar Ministerie.
De immobilisering van een voertuig.
De immobilisering van een voertuig is het tijdelijk verbieden van het gebruik van een voertuig. Dit komt bijvoorbeeld voor als beveiligingsmaatregel in de gevallen van de artikelen 30, §§ 1 tot 3 en 48 Wegverkeerswet, namelijk bij het rijden zonder rijbewijs en het rijden tijdens een rijverbod. In deze gevallen beschouwt men het gevaarlijk om nog een voertuig te besturen.
De wettelijke basis is artikel 58bis van de Wegverkeerswet:
“§1 De immobilisering van het voertuig als beveiligingsmaatregel kan worden bevolen in de gevallen bedoeld in artikel 30, §§ 1 tot 3, en in artikel 48.
De immobilisering als beveiligingsmaatregel wordt bevolen door de in artikel 55, § 1, derde lid bedoelde personen.
Ingeval de officier van gerechtelijke politie toepassing maakt van artikel 55, § 2, kan hij eveneens de immobilisering van het voertuig als beveiligingsmaatregel bevelen.”
Bent u gedagvaard voor de Politierechtbank of wenst u beroep aan te tekenen tegen het ingetrokken rijbewijs?
Kom te weten wat uw mogelijkheden zijn en contacteer de advocaten van Wanted Law. Zij staan voor u klaar om u te helpen!
Kom ook alles te weten over
Wat vinden onze cliënten van onze dienstverlening?