Een onafhankelijk en onpartijdig gerecht is de basis van elke eerlijke rechtszaak. Daarom mag een rechter in principe niet tweemaal over dezelfde zaak oordelen. Al de schijn van partijdigheid kan volstaan om een rechter van een zaak te halen. Wat betekenen onafhankelijkheid en onpartijdigheid precies, en wat kunt u doen als u twijfelt?
"Justice must be seen to be done"
Een Engelse rechter vatte het in 1924 treffend samen. Lord Chief Justice Hewart schreef in de zaak R v Sussex Justices, ex parte McCarthy: "It is not merely of some importance but is of fundamental importance that justice should not only be done, but should manifestly and undoubtedly be seen to be done."
Vrij vertaald: het volstaat niet dat recht wordt gedaan. Iedereen moet ook duidelijk kunnen zien dat recht wordt gedaan. Die gedachte geldt vandaag nog altijd, ook in België.
Waarop steunt dit recht?
Het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechter staat in verschillende teksten:
- de Grondwet: onder meer de artikelen 13, 144 tot 146, 151, 152, 154 en 157;
- artikel 6 EVRM, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens;
- artikel 14 BUPO-verdrag, het internationaal verdrag over burgerrechten en politieke rechten.
Samen waarborgen ze dat iedereen recht heeft op een uitspraak van een onafhankelijk gerecht, dat bij wet is ingesteld. Dit recht is een kernonderdeel van het recht op een eerlijk proces.
Onpartijdigheid: objectief en subjectief
Onpartijdigheid heeft twee kanten.
Subjectieve onpartijdigheid gaat over de rechter als persoon. Is hij vooringenomen? Heeft hij een persoonlijk belang bij de uitkomst?
Objectieve onpartijdigheid gaat over de schijn. Los van het gedrag van de rechter mag er geen gegronde twijfel bestaan over zijn onpartijdigheid. Daarom mag een rechter in principe niet tweemaal over dezelfde zaak oordelen, bijvoorbeeld eerst als onderzoeksrechter en daarna als vonnisrechter.
Twee bekende arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tegen België tonen dat aan:
- Piersack t. België (1982): de voorzitter van het hof van assisen had eerder, als magistraat bij het parket, de leiding over de afdeling die de vervolging voerde;
- De Cubber t. België (1984): een rechter van de rechtbank had eerder in dezelfde zaak als onderzoeksrechter opgetreden.
In beide zaken stelde het Hof een schending vast, ook al was er geen enkele aanwijzing van kwade trouw.
Het spaghetti-arrest: een Belgisch schoolvoorbeeld
In oktober 1996 wraakte het Hof van Cassatie, en dus niet het Europees Hof, onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte in het Dutroux-dossier. Connerotte was samen met de procureur naar een benefietavond gegaan ten voordele van de slachtoffers en hun families. Hij kreeg er een spaghettimaaltijd, een pen en een kom aangeboden.
Niemand twijfelde aan zijn persoonlijke integriteit. Toch volstond de schijn van partijdigheid voor zijn wraking. De beslissing leidde mee tot de Witte Mars van 20 oktober 1996.
Onafhankelijkheid: geen inmenging van buitenaf
Onafhankelijkheid betekent dat rechters zelf oordelen, zonder druk van de regering, het parlement of andere machten. De Grondwet bouwt daarvoor waarborgen in:
- rechters worden voor het leven benoemd (art. 152 Grondwet);
- hun wedde ligt vast bij wet (art. 154 Grondwet), zodat ze geen financiële druk hoeven te vrezen;
- de benoeming verloopt via de Hoge Raad voor de Justitie, na strenge examens (art. 151 Grondwet).
Wraking: wat kunt u doen bij twijfel?
Vermoedt u dat een rechter niet onpartijdig is, dan kunt u een wraking vragen (art. 828 Ger.W.). Dat artikel somt de gronden op, zoals een gegronde verdenking van partijdigheid of een eerder advies in de zaak.
Het Hof van Cassatie herhaalt telkens het uitgangspunt: de rechter wordt vermoed onafhankelijk en onpartijdig te zijn. Dat vermoeden valt alleen weg als vaststaande feiten het tegendeel aantonen.
Andere waarborgen van een eerlijk proces zijn de wapengelijkheid, het recht op tegenspraak en het accusatoir karakter van de procesgang.
Kort samengevat: vraag en antwoord
Wat betekent een onafhankelijk en onpartijdig gerecht? Dat de rechter oordeelt zonder druk van buitenaf, zonder persoonlijke vooringenomenheid en zonder dat er een gegronde schijn van partijdigheid bestaat (art. 6 EVRM en de Grondwet).
Mag een rechter tweemaal over dezelfde zaak oordelen? In principe niet. Wie eerder als onderzoeksrechter of als parketmagistraat bij de zaak betrokken was, mag er later niet als vonnisrechter over oordelen.
Veelgestelde vragen
Mag een rechter oordelen over een zaak waarin hij eerder onderzoeksrechter was?
In principe niet. Dat brengt de objectieve onpartijdigheid in het gedrang, zoals het Europees Hof oordeelde in De Cubber t. België.
Is een publieke mening van een rechter automatisch vooringenomenheid?
Niet automatisch. Elke situatie wordt apart beoordeeld op basis van de concrete feiten.
Hoe vraag ik een wraking aan?
Via de procedure van art. 828 e.v. Ger.W. U moet concrete feiten aanbrengen die het vermoeden van onpartijdigheid weerleggen.
Wat was het spaghetti-arrest?
Het arrest van oktober 1996 waarin het Hof van Cassatie onderzoeksrechter Connerotte wraakte, omdat hij een benefietavond voor de slachtoffers had bijgewoond. De schijn van partijdigheid volstond.