Het recht op een eerlijk proces.
Het recht op een eerlijk proces is een algemeen rechtsbeginsel en een beginsel van behoorlijke rechtsbedeling. Het is een veelomvattend begrip. Een eerlijk proces betekent dat u recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling van uw zaak, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld (artikel 6 EVRM, 14 BUPO-verdrag). Dit biedt een waarborg tegen arbitraire uitspraken en zorgt ervoor dat de bevolking op de hoogte is van het reilen en zeilen van justitie.
Verschillende Europese en internationale verdragen vullen in wat een recht op een eerlijk proces is (artikel 6 EVRM, 14 BUPO-verdrag). In essentie gaat het om een eerlijk en openbaar proces door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij wet is ingesteld. Hieruit volgt ook het recht op een gemotiveerde uitspraak. Daarnaast kennen we ook de uitspraak “eerlijkheid duurt het langst”, maar dan liefst niet té lang in uw proces. U heeft nog altijd recht op een uitspraak binnen een redelijke termijn. België is al enkele keren veroordeeld wegens de schending van dit grondrecht.
Daarnaast vloeien uit het recht op een eerlijk proces ook andere beginselen voort, zoals het recht op tegenspraak, de wapengelijkheid en de partijautonomie. Deze drie beginselen worden in afzonderlijke bijdragen besproken.
In het strafrecht impliceert het recht op een eerlijk proces bovendien een vermoeden van onschuld. Wanneer er een vervolging tegen u wordt ingesteld, wordt u vermoed onschuldig te zijn totdat het tegendeel is bewezen.
Openbare behandeling en uitspraak.
Het publiek wil graag weten wat er gaande is en toezicht kunnen uitoefenen. Dit verklaart waarom een geding eerlijk en in principe openbaar wordt behandeld. In bepaalde uitzonderingsgevallen zal een openbare behandeling niet aangewezen zijn: bijvoorbeeld bij een gevaar voor de openbare orde of de goede zede, en is het mogelijk om de zaak achter gesloten deuren te behandelen (artikel 148 grondwet). Daarnaast kan ook in andere gevallen de toegang tot de rechtszaal worden ontzegd aan de pers en het publiek, bijvoorbeeld wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privéleven van procespartijen dit vereisen. Zo worden bepaalde procedures inzake afstamming, adoptie, voogdij, ouderlijk gezag, wettelijke samenwoning, echtscheiding, … “in raadkamer” behandeld (artikel 757 Ger. W.).
Ook de uitspraak zal in principe openbaar worden bekendgemaakt (artikel 149 grondwet). In de praktijk zal een vonnis echter zelden volledig worden voorgelezen. Deze principes gelden enkel voor rechtscolleges van de rechterlijke macht. Voor andere rechterlijke instanties (bijvoorbeeld administratieve rechtscolleges of tuchtrechtelijke colleges) moet een bijzondere bepaling de toepasselijkheid van deze principes voorschrijven.
Motiveringsplicht.
Bovendien moet de rechter zijn beslissing telkens motiveren (artikel 149 grondwet). Hij moet verduidelijken op grond van welke feiten en welke juridische overwegingen hij een beslissing heeft genomen. Deze motivering moet ondubbelzinnig zijn en mag geen tegenstrijdigheden bevatten. De rechter zal antwoorden op elk middel dat een partij opwerpt in haar syntheseconclusie voor zover het gebaseerd is op een juridische redenering.
Deze motiveringsplicht moet willekeurige uitspraken voorkomen en waarborgen dat een rechter alle aangebrachte elementen onderzoekt en met kennis van zaken een beslissing neemt.
Redelijke termijn.
Wat een behandeling binnen een redelijke termijn is, hangt van zaak tot zaak af. Zo zal er rekening gehouden worden met de specifieke omstandigheden van de zaak, zoals de complexiteit en de aard van de zaak, en het gedrag van de partijen en van de overheid.