De opdracht van de gerechtsdeskundige bepaalt of een deskundigenonderzoek iets oplevert. Is ze te ruim, dan dreigt de deskundige op de stoel van de rechter te gaan zitten. Is ze te eng, dan krijgt u maar een half antwoord op uw technische vraag. Wat mag er dus in die opdracht staan, en wat niet?
De rechter bepaalt de opdracht
De basis van elk deskundigenonderzoek is artikel 962 van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.). De rechter kan een deskundige vragen om:
- vaststellingen te doen;
- een technisch advies te geven.
De rechter is niet verplicht om dat advies te volgen. Hij kan er gemotiveerd van afwijken. Hoe de rechter met het verslag omgaat, leest u in Moet de rechter rekening houden met de inhoud van het verslag van de gerechtsdeskundige?
Hetzelfde artikel bevat ook het subsidiariteitsbeginsel. Een deskundigenonderzoek mag niet dienen om een partij te helpen die haar eigen bewijs niet levert. Wanneer de rechter een deskundige aanstelt, leest u in Wanneer stelt de rechtbank een gerechtsdeskundige aan?
Motivering en een nauwkeurige omschrijving
De rechter moet in zijn beslissing twee zaken doen (art. 972 Ger.W.):
- uitleggen waarom een deskundigenonderzoek nodig is;
- de opdracht nauwkeurig omschrijven.
Een vage opdracht, zoals "onderzoek de schade", leidt vaak tot verwarring. De deskundige weet dan niet goed wat hij moet doen, en partijen vragen keer op keer om verduidelijking. Een te enge opdracht dwingt partijen dan weer tot een omslachtige procedure om de opdracht uit te breiden.
Wat als partijen het eens zijn?
Zijn de partijen het samen eens over de invulling van de opdracht, dan houdt de rechter daar in de praktijk meestal rekening mee. Dat past bij het principe dat partijen meester zijn over hun eigen geschil. De rechter blijft wel bevoegd om de opdracht zelf te formuleren. Een gezamenlijk voorstel is dus een sterk argument, maar geen garantie.
De opdracht uitbreiden tijdens het onderzoek
Blijkt tijdens het onderzoek dat de opdracht te eng is? Dan kunnen zowel de partijen als de deskundige zich tot de rechter wenden. Dat gebeurt met een gewone brief waarin de redenen staan (art. 973, §2 Ger.W.). De rechter roept daarna de partijen en de deskundige op. Hij beslist met een gemotiveerde beslissing over de uitbreiding.
De deskundige mag zijn opdracht dus niet op eigen houtje ruimer maken. Hij moet altijd via de rechter gaan.
Kort samengevat: vraag en antwoord
Wie bepaalt de opdracht van de gerechtsdeskundige? De rechter. Hij moet de opdracht nauwkeurig omschrijven en motiveren waarom een deskundigenonderzoek nodig is (art. 962 en 972 Ger.W.).
Kan de opdracht later nog worden uitgebreid? Ja. Partijen of de deskundige kunnen de rechter met een gewone brief om een uitbreiding vragen. De rechter beslist na een oproeping van de betrokkenen (art. 973, §2 Ger.W.).
Veelgestelde vragen
Kan de opdracht van een deskundige achteraf nog wijzigen?
Ja. Een partij of de deskundige kan de rechter om een uitbreiding vragen. De rechter hoort partijen en deskundige en beslist gemotiveerd.
Mag de deskundige zijn opdracht zelf ruimer opvatten?
Nee. Hij moet zich houden aan de opdracht zoals de rechter die omschreef. Voor een uitbreiding moet hij via de rechter gaan.
Mag een deskundige zeggen wie in fout is?
Nee. Hij doet technische vaststellingen en geeft advies. Over fout en aansprakelijkheid beslist alleen de rechter.
Houdt de rechter rekening met een gezamenlijk voorstel van partijen?
In de praktijk vaak wel. De rechter blijft wel bevoegd om de opdracht zelf te bepalen en gemotiveerd af te wijken.