Bedrog bij een aannemingsovereenkomst kan ertoe leiden dat u het contract met uw aannemer laat vernietigen. Denk aan een aannemer die verzwijgt dat hij de vereiste erkenning niet heeft, of die valse referenties voorlegt. Wanneer is dat juridisch bedrog, en wat kunt u dan doen?
Wat is bedrog?
Bedrog is een wilsgebrek. Uw wederpartij brengt u met kunstgrepen tot een contract dat u niet, of niet zo, zou hebben gesloten als u de waarheid had gekend. Een overzicht van alle wilsgebreken vindt u in Wat zijn wilsgebreken?
Sinds 1 januari 2023 staat bedrog in art. 5.35 BW, dat het oude art. 1116 BW vervangt. De wet zegt letterlijk: "Bedrog is alleen dan een nietigheidsgrond indien een partij werd misleid door kunstgrepen die haar medecontractant opzettelijk heeft aangewend. Een kunstgreep kan bestaan uit het opzettelijk achterhouden van informatie waarover men beschikt en die men diende mee te delen overeenkomstig artikel 5.16. Bedrog is een nietigheidsgrond, ongeacht of de dwaling ten gevolge van dat bedrog verschoonbaar is. Bedrog wordt niet vermoed, maar moet worden bewezen."
Bedrog heeft twee bestanddelen:
- een materieel bestanddeel: de kunstgreep of list zelf;
- een psychologisch bestanddeel: het opzet om u te misleiden.
Een voorbeeld uit de bouwsector: een aannemer die verzwijgt dat hij niet ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen, of die beweert een vergunning of erkenning te hebben die hij niet heeft.
Aan welke voorwaarden moet bedrog voldoen?
- Doorslaggevend: zonder het bedrog had u het contract niet gesloten (art. 5.33 BW). Was het bedrog niet doorslaggevend, dan spreekt men van incidenteel bedrog (zie verder).
- Geen toets van verschoonbaarheid: het maakt niet uit of een normaal zorgvuldig persoon zich ook had laten misleiden. De wet zegt dat uitdrukkelijk.
- Afkomstig van uw wederpartij: het bedrog moet uitgaan van de aannemer zelf. Bedrog door een medeplichtige van de aannemer, of door iemand voor wie hij instaat, staat daarmee gelijk (art. 5.33 BW).
- Bewijs: bedrog wordt niet vermoed. U moet het bewijzen, met alle middelen van recht.
Verzwijgen kan ook bedrog zijn
Een kunstgreep hoeft geen actieve leugen te zijn. Ook het opzettelijk verzwijgen van informatie die de aannemer u op grond van de precontractuele informatieplicht (art. 5.16 BW) moest meedelen, kan bedrog zijn. Dat sluit aan bij het voorbeeld van de aannemer die zijn ontbrekende erkenning verzwijgt. Meer over wat uw aannemer u moet vertellen, leest u in Wat betekent de informatieverplichting van de aannemer?
Gevolg: relatieve nietigheid
Doorslaggevend bedrog maakt het contract relatief nietig (art. 5.33 BW). Alleen u, als misleide partij, kunt de nietigheid inroepen. Daarnaast kunt u een schadevergoeding vragen op grond van precontractuele aansprakelijkheid.
Incidenteel bedrog: schadevergoeding in plaats van nietigheid
Was het bedrog niet doorslaggevend, dan blijft het contract bestaan. U had het dan toch gesloten, maar wellicht tegen andere voorwaarden. U kunt wel schadevergoeding vorderen op grond van een buitencontractuele fout. Sinds 1 januari 2025 is dat art. 6.5 BW (Boek 6), dat het oude art. 1382 BW vervangt. Voor feiten van vóór die datum blijven art. 1382 en 1383 oud BW gelden.
Bestaat er een aparte regeling voor aanneming?
Nee. Bedrog bij een aannemingsovereenkomst valt onder het algemene contractenrecht. Ook het nieuwe Boek 7 BW over bijzondere contracten (wet van 22 juli 2026), dat op 1 september 2027 in werking treedt voor nieuwe contracten, bevat bijzondere regels voor aanneming, maar de wilsgebreken blijven geregeld door de algemene regels van Boek 5.
Los van bedrog kan een aannemingsovereenkomst voor werken zonder de vereiste bouwvergunning nietig zijn wegens strijdigheid met de openbare orde. Zie Wat als mijn aannemingsovereenkomst nietig is? Ging het niet om bedrog maar om een vergissing, lees dan Wat is dwaling bij het afsluiten van een aannemingsovereenkomst?
Kort samengevat: vraag en antwoord
Wat is bedrog bij een aannemingsovereenkomst? Een wilsgebrek waarbij de aannemer u opzettelijk met kunstgrepen misleidt, ook door het verzwijgen van informatie die hij moest meedelen, waardoor u een contract sluit dat u anders niet had gesloten (art. 5.35 BW).
Wat kan ik doen als mijn aannemer mij bedroog? Bij doorslaggevend bedrog kunt u de relatieve nietigheid van het contract vragen. Bij incidenteel bedrog blijft het contract bestaan, maar kunt u schadevergoeding vorderen (art. 6.5 BW).
Veelgestelde vragen
Moet ik bewijzen dat ik zelf zorgvuldig was?
Nee. Bedrog is een nietigheidsgrond, ongeacht of uw dwaling verschoonbaar was. U moet wel het bedrog zelf bewijzen.
Telt het ook als een onderaannemer mij misleidde?
Ja, als die onderaannemer medeplichtig was aan uw aannemer, of als uw aannemer voor hem instaat. Dat bedrog staat gelijk met bedrog van uw aannemer zelf (art. 5.33 BW).
Wat als het bedrog niet doorslaggevend was?
Dan gaat het om incidenteel bedrog. Het contract blijft geldig, maar u kunt schadevergoeding vorderen op basis van een buitencontractuele fout.
Is een aannemingsovereenkomst zonder bouwvergunning nietig wegens bedrog?
Niet noodzakelijk wegens bedrog. Ze kan wel om een andere reden nietig zijn: strijdigheid met de openbare orde.