De plaats, het tijdstip en de kosten van betaling staan lang niet altijd in uw contract. Uw factuur vermeldt een bedrag, maar niets over waar of wanneer u moet betalen, of wie de kosten van de overschrijving draagt. Zwijgt het contract, dan vult de wet die drie vragen zelf in. Zo weet u waar u staat.
Waar moet u betalen?
In de eerste plaats beslissen de partijen zelf waar betaald wordt. Spraken ze niets af, dan geldt artikel 5.203 BW. Dat artikel staat sinds 1 januari 2023 in Boek 5 BW en neemt de regel van het oude artikel 1247 BW over. Het onderscheidt drie situaties:
- het contract wijst een plaats aan: dan betaalt u daar;
- het gaat om een bepaalde zaak, bijvoorbeeld een specifieke wagen: dan gebeurt de betaling, hier de levering, waar die zaak zich bevond toen de verbintenis ontstond;
- in alle andere gevallen, ook bij geldschulden: dan gebeurt de betaling aan de woonplaats van de schuldenaar.
Een geldschuld is daardoor in principe een haalschuld. De schuldeiser moet zijn geld in principe zelf komen halen, en niet omgekeerd. In de praktijk vraagt hij uiteraard gewoon een overschrijving. Wat soms beweerd wordt, klopt niet: de hercodificatie maakte van een geldschuld geen algemene brengschuld.
Betaalt u met een overschrijving? Dan geldt de betaling pas als gebeurd wanneer het bedrag op de rekening van de schuldeiser is gecrediteerd. Wacht dus niet tot de laatste dag om uw overschrijving in te geven. Meer over het betalen van geldschulden leest u in De betaling van geldschulden.
Wanneer moet u betalen?
Ook het tijdstip staat in artikel 5.203 BW: de betaling moet gebeuren zodra de schuld opeisbaar is. Spraken de partijen geen betalingstermijn af, dan is dat in principe meteen. Partijen zijn vrij om een termijn af te spreken, bijvoorbeeld "betaling binnen 30 dagen na factuurdatum". Die afspraak gaat dan voor.
Betaalt u te laat, dan riskeert u verwijlinteresten en eventueel een schadebeding uit het contract. Lees daarover meer in Laattijdige betaling van geldsommen.
Wie draagt de kosten van betaling?
Artikel 5.204 BW is duidelijk: "de kosten van betaling komen ten laste van de schuldenaar." Die regel nam het oude artikel 1248 BW over. Denk aan bankkosten of kosten van een internationale overschrijving.
Wilt u daarvan afwijken, bijvoorbeeld door de kosten geheel of gedeeltelijk bij de schuldeiser te leggen? Leg dat dan uitdrukkelijk vast in het contract. Zonder afspraak blijft de schuldenaar de kosten dragen.
Mag iemand anders voor u betalen?
Ja. De betaling kan gebeuren door iedereen die er belang bij heeft, zoals een borg, en zelfs door een derde zonder belang (artikel 5.196 BW). Wie de schuld van een ander betaalt, kan onder voorwaarden in de plaats van de schuldeiser treden. Dat heet subrogatie. Zie Betaling met subrogatie.
Weigert de schuldeiser uw betaling, dan kunt u een aanbod van gerede betaling doen. Zie Aanbod van gerede betaling en consignatie.
Kort samengevat: vraag en antwoord
Waar moet een geldschuld betaald worden als het contract niets zegt? Aan de woonplaats van de schuldenaar (artikel 5.203 BW). Een geldschuld is in principe een haalschuld.
Wie betaalt de kosten van de betaling? De schuldenaar (artikel 5.204 BW), tenzij het contract iets anders bepaalt.
Veelgestelde vragen
Is een geldschuld een haalschuld of een brengschuld?
Wettelijk een haalschuld: zonder afspraak gebeurt de betaling aan de woonplaats van de schuldenaar. In de praktijk betaalt u meestal met een overschrijving.
Mag de schuldeiser onmiddellijke betaling eisen?
Ja, zodra de schuld opeisbaar is. Werd er geen betalingstermijn afgesproken, dan is dat in principe meteen.
Kan ik de kosten van betaling doorschuiven naar de schuldeiser?
Alleen als u dat uitdrukkelijk in het contract afspreekt. Zonder afspraak draagt de schuldenaar de kosten.
Wanneer geldt een overschrijving als betaald?
Wanneer het bedrag op de rekening van de schuldeiser is gecrediteerd, niet wanneer u de opdracht geeft.
Andere manieren waarop de schuld uitdooft