Actieve hoofdelijkheid betekent dat meerdere schuldeisers recht hebben op dezelfde prestatie, en dat elk van hen de schuldenaar voor het geheel kan aanspreken. Het schoolvoorbeeld is een gezamenlijke bankrekening waarop beide partners alleen mogen tekenen. Handig, maar wat als het misloopt? Hieronder leest u wat de wet zegt en waar de valkuilen liggen.
Wat is actieve hoofdelijkheid?
Actieve hoofdelijkheid is hoofdelijkheid tussen schuldeisers. De regels staan in art. 5.170 tot 5.173 BW, in Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, dat geldt sinds 1 januari 2023. Het oude Burgerlijk Wetboek had enkel enkele verspreide artikelen (art. 1197-1199 oud BW). Boek 5 legt de regels nu gedetailleerder vast. Het gaat grotendeels om een codificatie van wat de rechtsleer al aanvaardde, niet om een koerswijziging.
Er is actieve hoofdelijkheid als twee voorwaarden vervuld zijn:
- de schuldeisers hebben recht op dezelfde prestatie;
- elk van hen kan de schuldenaar voor het geheel aanspreken.
Het tegenovergestelde, waarbij meerdere schuldenaars elk voor het geheel moeten instaan, heet passieve hoofdelijkheid. Zie Passieve hoofdelijkheid en het overzicht in Hoofdelijke verbintenissen
Hoofdelijkheid wordt niet vermoed
Actieve hoofdelijkheid ontstaat uit de wet of uit een contract. Ze wordt niet vermoed (art. 5.170 BW). Wilt u dat elke schuldeiser het geheel kan opeisen, dan moet dat dus duidelijk afgesproken zijn. Zonder zo'n afspraak of wettelijke regel is de vordering in principe deelbaar: elke schuldeiser kan dan alleen zijn eigen deel vragen. Zie Deelbare verbintenissen
Betaling aan één schuldeiser bevrijdt tegenover allen
Elke schuldeiser kan de volledige prestatie vorderen. Betaalt de schuldenaar aan één van hen, dan is hij ook tegenover de andere schuldeisers bevrijd, in de mate van die betaling (art. 5.171, § 1 BW).
De schuldenaar mag zelf kiezen aan welke schuldeiser hij betaalt, zolang geen van hen hem al vervolgd heeft. Heeft één schuldeiser hem al aangesproken, dan kan hij die keuze niet meer vrij maken.
Wat mag één schuldeiser alleen doen?
Art. 5.171 BW maakt een belangrijk onderscheid.
Daden tot behoud van de vordering mag elke schuldeiser alleen stellen. Ze komen alle schuldeisers ten goede (art. 5.171, § 4 BW). De wet noemt als voorbeeld de stuiting van de verjaring en de ingebrekestelling van de schuldenaar.
Beschikken over de vordering mag een schuldeiser niet alleen (art. 5.171, § 3 BW). Denk aan een kwijtschelding van de schuld. Doet hij het toch, dan blijft de schuldenaar tegenover de andere schuldeisers de volledige prestatie verschuldigd, min het aandeel van de schuldeiser die alleen beschikte.
Hoe verdelen de schuldeisers onderling?
De schuldenaar heeft niets te maken met de interne verdeling. De schuldeiser die de prestatie geheel of gedeeltelijk ontving, moet ze wel verdelen met de anderen. Dat gebeurt in principe in gelijke delen, tenzij de wet of een afspraak iets anders bepaalt (art. 5.172 BW).
Voor een gezamenlijke rekening betekent dat: haalt één titularis het volledige saldo af, dan kan de bank zich in principe bevrijd achten. Maar intern moet die titularis het deel van de andere doorstorten. Precies daar ontstaan de conflicten, bijvoorbeeld bij een scheiding.
Wat gebeurt er bij overlijden?
Overlijdt een hoofdelijke schuldeiser, dan wordt zijn schuldvordering van rechtswege verdeeld onder zijn erfgenamen (art. 5.173 BW). De hoofdelijkheid gaat dus niet als zodanig op elke erfgenaam over. Daden tot behoud blijven wel aan iedereen ten goede komen.
Kort samengevat: vraag en antwoord
Mag elke schuldeiser bij actieve hoofdelijkheid het geheel opeisen? Ja. Elke hoofdelijke schuldeiser kan de schuldenaar voor de volledige prestatie aanspreken (art. 5.171, § 1 BW).
Bevrijdt betaling aan één schuldeiser de schuldenaar tegenover allen? Ja, in de mate van de betaling. De schuldeisers verdelen daarna onderling, in principe in gelijke delen (art. 5.172 BW).
Veelgestelde vragen
Mag één titularis een gezamenlijke rekening alleen leegmaken?
Tegenover de bank kan dat, als de rekening zo werkt. Intern moet hij het deel van de andere titularis wel doorstorten (art. 5.172 BW). Lees ook de voorwaarden van uw bank.
Kan één schuldeiser kwijtschelding geven voor de hele schuld?
Niet alleen. Doet hij het toch, dan blijft de schuldenaar de andere schuldeisers het geheel verschuldigd, min het aandeel van wie kwijtschold (art. 5.171, § 3 BW).
Moet hoofdelijkheid uitdrukkelijk afgesproken worden?
Ja, tenzij de wet ze oplegt. Actieve hoofdelijkheid wordt niet vermoed (art. 5.170 BW).
Wat gebeurt er met de hoofdelijkheid als een schuldeiser overlijdt?
Zijn schuldvordering wordt van rechtswege verdeeld onder zijn erfgenamen (art. 5.173 BW).