De facultatieve verbintenis heet sinds 1 januari 2023 officieel verbintenis met subsidiaire prestatie. Wie online zoekt, vindt nog vaak de oude naam en oude uitleg. De figuur zelf bestaat nog, maar heeft nu een eigen wetsartikel. Hieronder leest u wat ze inhoudt, en waarom het verschil met een alternatieve verbintenis veel geld kan schelen.
Wat is een verbintenis met subsidiaire prestatie?
Bij deze verbintenis is er maar één hoofdprestatie. Dat is wat de schuldenaar moet leveren. Daarnaast krijgt hij een uitweg: hij mag zich bevrijden door een andere, vooraf bepaalde prestatie te leveren.
Een voorbeeld. U koopt een specifiek schilderij. In het contract staat dat de verkoper in de plaats daarvan ook een vastgelegde geldsom mag betalen. Het schilderij is de hoofdprestatie. De geldsom is de subsidiaire prestatie, of de vervangprestatie.
De wettelijke basis is art. 5.158 BW (Boek 5, Verbintenissen, van kracht sinds 1 januari 2023). Volgens dat artikel heeft een verbintenis een subsidiaire prestatie tot voorwerp "wanneer zij strekt tot een hoofdprestatie maar de schuldenaar de keuze heeft om zich te bevrijden door een andere, bepaalde prestatie."
Waarom een nieuwe naam?
De wetgever koos bewust voor "verbintenis met subsidiaire prestatie". Het oude woord "facultatief" zorgde voor verwarring met de alternatieve verbintenis. Bij een alternatieve verbintenis zijn er meerdere gelijkwaardige prestaties. Bij een verbintenis met subsidiaire prestatie is er één hoofdprestatie met een vervangoptie. Meer over de alternatieve verbintenis leest u in Wat is een alternatieve verbintenis?
Drie kernregels uit art. 5.158 BW
- Alleen de schuldenaar kiest. Hij beslist of hij de subsidiaire prestatie levert. De schuldeiser kan alleen de hoofdprestatie eisen, nooit de vervangprestatie.
- Beide prestaties zijn bepaald. De hoofdprestatie en de vervangprestatie moeten in het contract duidelijk vastliggen.
- Wordt de hoofdprestatie onmogelijk, dan dooft de verbintenis uit. De schuldenaar is dan bevrijd. Hij moet de vervangprestatie niet alsnog leveren.
Dat laatste punt is het grote verschil met de alternatieve verbintenis. Daar blijft de schuldenaar in de regel gehouden tot de prestatie die nog wel mogelijk is.
Wat betekent dat in de praktijk?
Stel dat het schilderij uit het voorbeeld door een brand vernield wordt, zonder fout van de verkoper. Bij een verbintenis met subsidiaire prestatie dooft de verbintenis uit. U kunt de geldsom dan niet eisen. Was het een alternatieve verbintenis (schilderij óf geldsom), dan blijft de geldsom wel verschuldigd.
Lees uw contract dus goed. Een paar woorden in een clausule bepalen wie het risico draagt. Hoe de verschillende soorten verbintenissen zich tot elkaar verhouden, leest u ook in Wat is een cumulatieve verbintenis? en Soorten verbintenissen in het recht.
Kort samengevat: vraag en antwoord
Is de facultatieve verbintenis afgeschaft? Nee. De figuur bestaat nog, maar heet sinds 1 januari 2023 officieel "verbintenis met subsidiaire prestatie" en heeft een eigen wetsartikel: art. 5.158 BW.
Wat gebeurt er als de hoofdprestatie onmogelijk wordt? De volledige verbintenis dooft uit en de schuldenaar is bevrijd. Bij een alternatieve verbintenis blijft de andere, nog mogelijke prestatie wel verschuldigd.
Veelgestelde vragen
Waarom werd de naam "facultatieve verbintenis" veranderd?
Om verwarring met de alternatieve verbintenis te vermijden. De nieuwe naam maakt duidelijk dat er één hoofdprestatie is, met een vervangoptie voor de schuldenaar.
Mag de schuldeiser de subsidiaire prestatie eisen?
Nee. Alleen de schuldenaar kan kiezen om de subsidiaire prestatie te leveren. De schuldeiser kan alleen de hoofdprestatie eisen.
Wat is het verschil met de alternatieve verbintenis bij overmacht?
Wordt de hoofdprestatie onmogelijk, dan dooft een verbintenis met subsidiaire prestatie uit. Bij een alternatieve verbintenis blijft de andere, nog mogelijke prestatie verschuldigd.
Geldt dit ook voor contracten van vóór 2023?
Art. 5.158 BW geldt in principe voor contracten gesloten vanaf 1 januari 2023. Voor oudere contracten gelden de regels van het oud BW, maar de figuur bestond toen al onder de naam facultatieve verbintenis.