Of u een onderneming in het consumentenrecht bent, bepaalt of uw klant zich tegenover u op de consumentenbescherming kan beroepen. Verkoopt u af en toe iets via een tweedehandsplatform? Werkt u als vrije beroeper? Dan is die vraag niet louter theoretisch. Hieronder leest u de actuele definitie en hoe rechters ze toepassen.
De wettelijke definitie sinds 1 november 2018
Veel bronnen citeren nog de oude omschrijving: "elke natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft". Die definitie is voorbijgestreefd. Met de hervorming van het ondernemingsrecht (wet van 15 april 2018, in werking sinds 1 november 2018) geldt één algemene definitie in art. I.1, eerste lid, 1° van het Wetboek van economisch recht (WER).
Een onderneming is:
- iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
- iedere rechtspersoon;
- iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid.
Er zijn uitzonderingen, tenzij de wet iets anders bepaalt. Zo zijn de overheid (onder meer de Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de gemeenten en de OCMW's) en publiekrechtelijke rechtspersonen die geen goederen of diensten op een markt aanbieden, geen onderneming. Hetzelfde geldt voor een organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die geen uitkeringsoogmerk heeft en ook niets aan haar leden uitkeert.
Wanneer u zelf als consument beschermd bent, leest u in Wanneer geniet u van de wettelijke consumentenbescherming?
Wanneer bent u als particulier een onderneming?
Het Hof van Justitie gaf in het Kamenova-arrest (HvJ 4 oktober 2018, C-105/17) aanwijzingen om te beoordelen of iemand die online spullen verkoopt als "handelaar" optreedt. De rechter kijkt onder meer naar:
- of de verkoop georganiseerd gebeurt;
- of er een winstoogmerk is;
- of de verkoper meer kennis of informatie heeft dan de koper;
- de juridische status van de verkoper, bijvoorbeeld of hij btw-plichtig is;
- of hij optreedt voor rekening van een andere handelaar;
- het aantal, de waarde en de regelmaat van de verkopen.
Die lijst is niet limitatief. Geen enkel criterium is op zich doorslaggevend. De rechter beoordeelt het geheel, geval per geval.
Het Hof van Cassatie verduidelijkte daarnaast in arresten van 18 maart 2022 en 23 november 2023 (dat laatste in voltallige zitting) dat een natuurlijke persoon pas een onderneming is als hij een eigen organisatie vormt. Dat is een geheel van eigen materiële, financiële of menselijke middelen, samengebracht om een zelfstandige beroepsactiviteit uit te oefenen. Die zaken gingen over faillissement, maar steunen op de algemene definitie van het WER. Een louter occasionele verkoop maakt u dus niet vanzelf een onderneming.
Vrije beroepen, verenigingen en scholen
- Vrije beroepers, zoals advocaten, tandartsen of notarissen, zijn een onderneming in de zin van het WER. Meer daarover in Vallen beoefenaars van vrije beroepen ook onder het consumentenrecht?
- Verenigingen met rechtspersoonlijkheid, zoals een vzw of een beroepsvereniging, vallen onder de definitie van rechtspersoon.
- Onderwijsinstellingen: de rechtspraak neigt ertoe ze voor de regels over marktpraktijken als onderneming te beschouwen. Een publiekrechtelijke instelling die geen goederen of diensten op een markt aanbiedt, valt wel onder de uitzondering. Het blijft dus een beoordeling per geval.
Wie de tegenpartij van een onderneming is, leest u in Wat is een consument in het consumentenrecht?
Kort samengevat: vraag en antwoord
Wat is een onderneming in het consumentenrecht? Iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent, iedere rechtspersoon en iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid (art. I.1, eerste lid, 1° WER), met uitzonderingen voor onder meer de overheid.
Ben ik een onderneming als ik af en toe iets online verkoop? Niet automatisch. De rechter beoordeelt dat aan de hand van meerdere aanwijzingen. Voor een natuurlijke persoon vereist het Hof van Cassatie bovendien een eigen organisatie.
Veelgestelde vragen
Kan een natuurlijke persoon een onderneming zijn?
Ja, als hij zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent en daarvoor een eigen organisatie vormt.
Is een winstoogmerk doorslaggevend?
Nee. Het is een van meerdere aanwijzingen die de rechter samen beoordeelt.
Zijn scholen ondernemingen?
Voor de regels over marktpraktijken neigt de rechtspraak daar wel naar. Publiekrechtelijke instellingen die niet op een markt actief zijn, vallen wel onder de uitzondering.
Is de overheid een onderneming?
In principe niet. De Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de gemeenten en de OCMW's zijn uitgesloten, tenzij een wet iets anders bepaalt.