U bent uit elkaar, maar u blijft allebei ouder. Wie beslist dan over de school, de dokter of een verhuizing? En bij wie woont het kind? De wet vertrekt van een duidelijk principe: ook na een scheiding blijven beide ouders samen verantwoordelijk.
Gezamenlijk gezag blijft de regel
Wanneer de ouders niet samenleven, blijven zij het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen (art. 374, §1, eerste lid oud Burgerlijk Wetboek). Het maakt dus niet uit of u gehuwd was, wettelijk samenwoonde of nooit samenwoonde. Ook het vermoeden van instemming blijft gelden: tegenover derden te goeder trouw wordt een ouder die alleen handelt, vermoed het akkoord van de andere te hebben. Zie Wie oefent het gezag uit wanneer de beide ouders samenleven?
Exclusief gezag: alleen als het echt niet anders kan
Raken de ouders het niet eens over de huisvesting van het kind of over de belangrijke beslissingen over zijn gezondheid, opvoeding, opleiding, ontspanning of levensbeschouwing, of lijkt hun akkoord strijdig met het belang van het kind, dan kan de familierechtbank het gezag uitsluitend aan één ouder opdragen (art. 374, §1, tweede lid). De rechtbank kan daarbij bepalen welke beslissingen toch alleen met instemming van beide ouders mogen worden genomen.
De ouder zonder gezag verliest niet alles:
- hij houdt persoonlijk contact met het kind, dat alleen om bijzonder ernstige redenen kan worden geweigerd;
- hij behoudt het recht om toezicht te houden op de opvoeding en kan informatie inwinnen bij de andere ouder of bij derden, zoals de school;
- hij kan zich in het belang van het kind tot de familierechtbank wenden.
Exclusief gezag is iets anders dan een ontzetting uit het ouderlijk gezag: die spreekt de jeugdrechtbank uit als een ouder het kind ernstig in gevaar brengt (art. 32 Jeugdbeschermingswet). Meer in Wat is exclusief ouderlijk gezag?
Bij wie woont het kind?
Brengen de ouders hun geschil voor de familierechtbank, dan geldt (art. 374, §2):
- een akkoord van de ouders over de huisvesting wordt gehomologeerd, tenzij het kennelijk strijdig is met het belang van het kind;
- zonder akkoord, en bij gezamenlijk gezag, onderzoekt de rechtbank op vraag van minstens één ouder bij voorrang een gelijkmatig verdeelde huisvesting;
- vindt de rechtbank dat niet de meest passende oplossing, dan kan ze een ongelijk verdeeld verblijf vastleggen;
- heeft het gezin meerdere kinderen, dan streeft de rechtbank eenzelfde regeling voor alle broers en zussen na.
De rechtbank beslist altijd met een bijzonder gemotiveerd vonnis, rekening houdend met de concrete omstandigheden en het belang van de kinderen en de ouders. Ze kan haar beslissing later wijzigen als de omstandigheden veranderen (art. 387bis).
Kort samengevat: vraag en antwoord
Wie oefent het ouderlijk gezag uit als de ouders niet samenleven? Beide ouders blijven het gezag samen uitoefenen (art. 374, §1 oud BW). Alleen bij grondige onenigheid of als het belang van het kind dat vraagt, kan de familierechtbank het gezag exclusief aan één ouder toekennen.
Heb ik recht op een verblijfsregeling in beurtrol? Zonder akkoord onderzoekt de familierechtbank op vraag van minstens één ouder bij voorrang een gelijkmatig verdeelde huisvesting, maar ze kan een andere regeling opleggen als die beter past (art. 374, §2 oud BW).
Veelgestelde vragen
Verlies ik mijn ouderlijk gezag door een scheiding?
Nee. Het gezag blijft in principe gezamenlijk, ook na een scheiding.
Wat mag de ouder zonder exclusief gezag nog?
Persoonlijk contact met het kind onderhouden, toezicht houden op de opvoeding, informatie inwinnen en zich tot de familierechtbank wenden.
Worden broers en zussen samen gehouden?
De familierechtbank streeft eenzelfde regeling na voor alle broers en zussen (art. 374, §2 oud BW).
Wat als mijn ex de kinderen niet meegeeft?
Dan kunt u terug naar de familierechtbank, die met voorrang beslist en dwangmaatregelen of een dwangsom kan opleggen (art. 387ter oud BW).
Andere bestanddelen van het ouderlijk gezag
De ouderlijke verplichtingen
De onderhoudsverplichting van de ouders opzichtens hun kinderen