Neemt u liever telefonisch contact op?

Bekijk het overzicht van onze Wanted kantoren op onze contactpagina.

19/06/2025
28/08/2019

Is het mogelijk om de afstamming langs vaderszijde binnen het heterohuwelijk te betwisten?

De betwisting van het vaderschap binnen het heterohuwelijk.

De wettelijke vaderschapsregel bepaalt dat de echtgenoot van de moeder bij de geboorte van het kind automatisch als juridische vader wordt beschouwd. Dit wettelijk vermoeden van vaderschap is echter weerlegbaar via een betwistingsprocedure, maar daaraan zijn strikte voorwaarden verbonden. 

De betwisting tot vaderschap binnen het heterohuwelijk kan worden ingesteld door:

  • De echtgenoot van de moeder (de juridische vader);
  • De moeder;
  • Het kind; 
  • De man die het vaderschap opeist;
  • De vrouw die het meemoederschap opeist. 

Toelaatbaarheidsvereisten

1. Voorafgaande vaststelling van de vaderlijke afstamming niet vereist

De vordering tot betwisting van het vaderschap vereist niet noodzakelijk dat het vaderschap reeds is vastgesteld. In een zeer uitzonderlijk geval, waarbij de moederlijke afstamming niet vaststaat, kan de echtgenoot van de moeder al een preventieve betwisting instellen. Deze vordering is echter slechts mogelijk na de geboorte van het kind.

2. Geen toestemming tot een daad die de voortplanting tot doel had

Het vaderschap kan niet betwist worden indien het kind werd verwekt via bepaalde voortplantingstechnieken (bv. kunstmatige inseminatie) en de volgende drie voorwaarden cumulatief vervuld zijn: 

  • De echtgenoot heeft toestemming gegeven tot de voortplantingsdaad;
  • Die toestemming was gericht op het verwekken van een kind bij zijn echtgenote;
  • De verwekking van het kind kan het gevolg zijn van die handeling. 

3. Afwezigheid van bezit van staat

Volgens artikel 318, §1 oud BW is de vordering tot betwisting van het vaderschap niet ontvankelijk indien het kind bezit van staat heeft ten aanzien van de echtgenoot van de moeder. Het Grondwettelijk Hof heeft echter geoordeeld dat dit absolute verbod in strijd is met artikel 22 van de Grondwet. 

Gevolg: de rechtbanken mogen niet langer automatisch een vordering tot betwisting afwijzen puur op basis van het bezit van staat. 

Toch blijft hier rechtsonzekerheid bestaan. Het Hof van Cassatie oordeelt dat het bezit van staat wel een belangrijke, maar niet absolute drempel vormt. Het Hof vereist dus een individuele beoordeling door de rechter, die in uitzonderlijke gevallen kan oordelen dat een betwisting alsnog ontvankelijk is, ondanks de aanwezigheid van bezit van staat. Er moet een belangenafweging in concreto plaatvinden.

Wie kan deze procedure instellen en binnen welke termijn?

Volgens artikel 318, §1 oud BW kunnen uitsluitend de echtgenoot-juridische vader, de moeder, het kind, de beweerde genetische vader en de vrouw die het meemoederschap opeist, een vordering tot betwisting van het vaderschap instellen. Voor elk van hen gelden strikte vervaltermijnen. Hierna volgt een overzicht. 

  • De echtgenoot

De echtgenoot die het vaderschap betwist, moet de vordering instellen binnen het jaar nadat hij kennis kreeg van het feit dat hij niet de biologische vader is. 

Let op: de wet garandeert hem altijd minimaal één jaar vanaf de geboorte van het kind, ook al had hij voor de geboorte al twijfels. 

Indien hij overlijdt vóór of binnen deze termijn, gaat het vorderingsrecht over op zijn bloedverwanten in rechte lijn. Zij hebben dan zelf één jaar om de vordering in te stellen, te rekenen vanaf de geboorte of het overlijden van de echtgenoot. 

  •  De moeder

De moeder beschikt over een vervaltermijn van één jaar vanaf de geboorte van het kind.

Bij het overlijden van de moeder vervalt het vorderingsrecht, het gaat dus niet over op erfgenamen. 

  • Het kind

Het kind kan de vordering tot betwisting instellen vanaf de leeftijd van twaalf jaar, met een wettelijke vervaltermijn van tien jaar, die afloopt op zijn 22ste verjaardag. 

Daarnaast beschikt het kind over een bijkomende termijn van één jaar vanaf de ontdekking dat de echtgenoot van zijn moeder niet zijn biologische vader is, ongeacht zijn/haar leeftijd op het moment van ontdekking. 

Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat het beperken van het vorderingsrecht van het kind tot uiterlijk 22 jaar (of één jaar vanaf ontdekking) discriminatoir is wanneer het juridisch vaderschap geen enkele genetische of socio-affectieve basis heeft. 

Gevolg: de rechter past in dit geval de gemeenrechtelijke verjaringstermijn van 30 jaar toe, te rekenen vanaf de geboorte. Deze termijn wordt geschorst gedurende de minderjarigheid, waardoor het kind in de praktijk de vordering kan instellen tot zijn 48ste verjaardag. 

Tijdens de minderjarigheid (vanaf 12 jaar) wordt het vorderingsrecht uitgeoefend door een voogd, aangesteld door de familierechtbank, op initiatief van het kind zelf of van het Openbaar Ministerie. 

Bij overlijden van het kind vervalt het vorderingsrecht, het kan niet worden overgedragen. 

  • De man die het vaderschap opeist

De man die meent de biologische vader van het kind te zijn, moet de betwistingsvordering instellen binnen het jaar na de ontdekking van zijn genetisch vaderschap. 

Hij beschikt eveneens minstens over één jaar vanaf de geboorte van het kind. Ook hier geldt dat het vorderingsrecht persoonlijk is en niet overgaat bij overlijden. 

  • De vrouw die het meemoederschap opeist

De vrouw die het meemoederschap opeist, moet haar vordering instellen binnen één jaar vanaf de ontdekking dat zij toestemming heeft gegeven tot de verwekking en dat de verwekking het gevolg kon zijn van deze toestemming.

Ook hier geldt dat het vorderingsrecht niet overdraagbaar is bij overlijden. 

Organisatie van de bewijsvoering

Bij een vordering tot betwisting van het vaderschap moeten er twee mogelijke bewijsregimes worden onderscheiden. Beide zijn toegankelijk voor de hierboven opgesomde titularissen van het vorderingsrecht. 

  • De vaderschapsbetwisting zonder bewijsvoering

In twee uitzonderlijke gevallen hoeft de eiser die het vaderschap betwist zelf geen bewijs te leveren. In die gevallen wordt de betwisting automatisch ontvankelijk en gegrond verklaard, tenzij de verweerder wel bewijs levert van genetisch vaderschap (bv. via DNA-analyse).

Deze “bewijsvrije” betwisting is slechts mogelijk voor volgende categorieën kinderen: 

  1. Kinderen van wie de afstamming langs moederzijde werd vastgesteld via erkenning of via een gerechtelijke vaststelling van moederschap;
  2. Kinderen van wie de moederlijke afstamming nog niet is vastgesteld op het moment van de vordering. Dit betreft dus de zogenaamde preventieve vaderschapsbetwisting, die alleen kan worden ingesteld door de echtgenoot. 
  • De vaderschapsbetwisting op tegenbewijs

In alle andere gevallen, moet de persoon die het vaderschap betwist, zelf bewijzen dat de echtgenoot niet de biologische vader is van het kind. Dit wordt ook wel de betwisting op tegenbewijs genoemd. 

Het bewijs kan geleverd worden met alle middelen van recht, zowel:

  1. Rechtstreeks: bijvoorbeeld via een DNA-analyse die aantoont dat er geen genetische band bestaat;
  2. Onrechtstreeks: bijvoorbeeld door aan te tonen dat de moeder ten tijde van de verwekking al duurzaam samenwoonde met een andere partner, wat de biologische band met de echtgenoot onaannemelijk maakt. 

Bijkomende voorwaarden en gevolgen

  • Voor de betwisting door de man die het vaderschap opeist

Een man die beweert de biologische vader van een kind te zijn en het vaderschap van de echtgenoot wil betwisten, moet dubbel bewijs leveren:

  1. Bewijs van genetisch vaderschap: het is niet voldoende aan te tonen dat de echtgenoot niet de biologische vader is. De eiser moet zelf bewijzen dat hij de genetische vader is. 
  2. Belang van het kind: indien het kind of de moeder zich tegen de vordering verzetten, moet hij bovendien aantonen dat de betwisting in het belang van het kind is. 

Wanneer deze betwisting gegrond wordt verklaard, heeft het vonnis een dubbel rechtgevolg. Enerzijds wordt het vaderschap van de echtgenoot uitgeschakeld, anderzijds wordt tegelijk de vaderlijke afstamming ten opzichte van de eiser vastgesteld. Deze gecombineerde vordering wordt de “2-in-1-vordering” genoemd. De eiser hoeft het kind dus niet meer afzonderlijk te erkennen. Het kind is daardoor juridisch nooit zonder vader, het ruilt het vaderschap van de echtgenoot in voor dat van de biologische vader. 

  • Voor de betwisting door de vrouw die het meemoederschap opeist

Een vrouw die het meemoederschap opeist en het vaderschap van de echtgenoot betwist, moet eveneens specifieke voorwaarden vervullen:

  1. Negatief genetisch bewijs: zij moet aantonen dat de echtgenoot niet de genetische vader is van het kind. 
  2. Toestemming tot medisch begeleide voortplanting: zij moet bewijzen dat zij, in overeenstemming met de wet op de medisch begeleide voortplanting, haar toestemming heeft gegeven tot de verwekking van het kind. 
  3. Causaal verband: de verwekking van het kind moet het gevolg kunnen zijn van die medisch begeleide voortplanting.
  4. Belang van het kind: net zoals bij de genetische vader geldt dat, bij verzet van de moeder of het kind, zij moet aantonen dat de betwisting in het belang van het kind is. 

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van alle nieuwste Wanted Facts, schrijf u dan in op onze nieuwsbrief.

Schrijf u in

Disclaimer

De informatie over juridische onderwerpen die u in deze bijdrage aantreft, zijn louter informatieve, algemene besprekingen en kunnen in geen geval als juridisch advies worden beschouwd. Wanted Law aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade die iemand zou lijden door voort te gaan op deze informatie. Als u juridisch advies wenst, dient u contact op te nemen met een gekwalificeerde advocaat die u zal adviseren op basis van uw persoonlijke situatie. Alle blogberichten gepubliceerd op de website van Wanted Law zijn geschreven met toepassing van het Belgisch Recht.

Copyright

Wanted Law bezit het exclusieve copyright van deze website, zijn design en de volledige inhoud ervan. Gebruik van deze website, of delen ervan, in welke vorm dan ook, is verboden zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Wanted Law.

Handboek Personen, Familierecht en relatievermogensrecht - Verschelden G.

Koop in de Wanted Shop!

Wenst u een videoconsultatie bij Wanted Law?

Ik boek een videoconsultatie bij Wanted Law!

Gedagvaard voor de Familierechtbank?

Neem contact op met de advocaten van Wanted Law!