Bovenmatige burenhinder geeft recht op compensatie, ook als uw buur geen fout maakte. Maar niet elke vorm van overlast is bovenmatig. Wanneer gaat uw buur over de grens? Wie telt eigenlijk als buur? En wat betekent het dat de hinder hem "toerekenbaar" moet zijn? Hieronder leest u hoe de rechter dat beoordeelt.
De wettelijke basis: art. 3.101 BW
Sinds 1 september 2021 staat de regeling van burenhinder uitdrukkelijk in de wet, in art. 3.101 BW (Boek 3, goederenrecht). Vroeger steunde de rechtspraak op art. 544 oud BW. De kernregel bleef dezelfde.
Naburige eigenaars hebben elk recht op het gebruik en genot van hun onroerend goed. Daarbij moeten ze het evenwicht tussen hun eigendommen respecteren. Ze mogen hun buur geen hinder bezorgen die de normale ongemakken van de nabuurschap overtreft en die hun toerekenbaar is (art. 3.101, § 1 BW). De wet zet zo de principes uit decennia rechtspraak op papier.
Is er wel een fout in het spel? Dan kunt u ook een ander spoor volgen. Het verschil leest u in Last van uw buren? Zo weet u of er een fout in het spel is (of niet)
Wie telt als buur?
Het begrip "buur" is ruim. Niet alleen eigenaars kunnen zich op de regel beroepen, of erop aangesproken worden. Ook wie een ander recht op het goed heeft, valt eronder, voor zover de hinder voortvloeit uit de uitoefening van dat recht (art. 3.101, § 3 BW). Denk aan:
- eigenaars en mede-eigenaars;
- vruchtgebruikers en erfpachters;
- huurders;
- uitbaters van bijvoorbeeld een luchthaven, een fabriek of een festivalterrein.
De eigendommen hoeven ook niet aan elkaar te grenzen. Een zekere nabijheid volstaat. De wet spreekt niet toevallig over "nabuurschap" en niet over een gemeenschappelijke grens.
Wanneer is hinder bovenmatig?
De rechter houdt rekening met alle omstandigheden van het geval. De wet noemt er zelf enkele (art. 3.101, § 1 BW):
- het tijdstip van de hinder;
- de frequentie;
- de intensiteit;
- de eerste ingebruikneming: wie was er het eerst?
- de publieke bestemming van het onroerend goed.
Die opsomming is niet volledig. Andere criteria die vaak opduiken, zoals de ligging van de eigendommen, de technologische vooruitgang of de gevoeligheid van het getroffen gebouw, staan niet letterlijk in de wettekst. Ze blijven wel bruikbaar als bijkomende omstandigheden die in de rechtsleer erkend zijn. Lawaai in een drukke stadsstraat weegt dus anders dan hetzelfde lawaai op het platteland.
Toerekenbaarheid en oorzakelijk verband
Een vordering wegens bovenmatige burenhinder vraagt twee dingen:
- de hinder moet toerekenbaar zijn aan de buur die u aanspreekt;
- er moet een oorzakelijk verband zijn tussen zijn handelen, of dat van iemand die voor hem optreedt, en de hinder.
Die toerekenbaarheid is een objectief begrip. Ze volgt uit de hoedanigheid van eigenaar, uitbater of rechthebbende, niet uit een persoonlijk verwijt. Laat een eigenaar werken uitvoeren, dan wordt de hinder daarvan geacht hem toerekenbaar te zijn (art. 3.101, § 3 BW). Dat is precies het verschil met burenhinder door fout, waar wel een tekortkoming vereist is.
Welke vergoeding of maatregel de rechter kan toekennen, leest u in Wat is de vergoeding bij burenhinder? Gaat het om hinder door bouwwerken, lees dan ook Burenhinder bij de bouw
Kort samengevat: vraag en antwoord
Wanneer is burenhinder bovenmatig? Wanneer de hinder de normale ongemakken van het samenleven met buren overtreft. De rechter kijkt naar alle omstandigheden, zoals tijdstip, frequentie, intensiteit, wie er het eerst was en de publieke bestemming van het goed.
Moet mijn buur een fout gemaakt hebben? Nee. Bij burenhinder zonder fout is toerekenbaarheid een objectief begrip, los van een persoonlijk verwijt.
Veelgestelde vragen
Moeten twee percelen aan elkaar grenzen om van burenhinder te spreken?
Nee. Een zekere nabijheid volstaat. De eigendommen hoeven elkaar niet te raken.
Kan een huurder zich op burenhinder beroepen, of erop aangesproken worden?
Ja. Ook wie een ander recht op het goed heeft, zoals een huurder, kan eiser of verweerder zijn, voor zover de hinder met de uitoefening van dat recht te maken heeft.
Speelt het een rol wie er het eerst was?
Ja. De eerste ingebruikneming is een van de omstandigheden die de wet noemt. Ze is op zichzelf wel niet doorslaggevend.
Moet ik eigenaar zijn om een vordering in te stellen?
Nee. Ook vruchtgebruikers, erfpachters en huurders kunnen zich op de regeling beroepen.