Wederkerige overeenkomsten?
Wederkerige overeenkomsten zijn overeenkomsten waarbij elke partij zich verbindt om iets (niet) te doen of te geven. De aannemingsovereenkomst valt hieronder. Bij een wederkerige overeenkomst heeft de schuldeiser steeds de keuze tussen de gedwongen uitvoering en de ontbinding van de overeenkomst (artikel 1184, tweede lid BW). De schuldeiser zal bijgevolg altijd de keuze hebben tussen de gedwongen uitvoering en de ontbinding van de overeenkomst. Dit keuzerecht is vatbaar voor rechtsmisbruik.
Gerechtelijke ontbinding wegens foutieve niet-uitvoering met schadevergoeding
Men moet aan vier toepassingsvoorwaarden voldoen om het contract gerechtelijk te kunnen ontbinden. Ten eerste moet het om een wederkerig contract gaan. Ten tweede moet de nalatige partij in gebreke gesteld worden, tenzij dit geen nut heeft. Ten derde moet het om een ernstige tekortkoming gaan. De rechter zal dit aan de hand van de concrete omstandigheden beoordelen. De vraag is of de partijen gecontracteerd zouden hebben indien ze de gebreken hadden voorzien. Tenslotte moet de ontbinding door de rechter uitgesproken worden.
Buitengerechtelijke ontbinding
Men kan van deze laatste voorwaarde tijdelijk afwijken. Dit is de zogenaamde buitengerechtelijke ontbinding. Juridisch gezien is het contract nog niet ontbonden, maar wordt het wel als ontbonden beschouwd door één van de partijen. Dit is in de praktijk meer gangbaar aangezien men in dit geval niet op een rechterlijke uitspraak moet wachten. Hiervoor dient men aan drie voorwaarden te voldoen:
- De tekortkoming zou ook een gerechtelijke ontbinding rechtvaardigen;
- De voorafgaande toestemming van de rechter zou zinloos worden wegens het spoedeisend karakter;
- De schuldeiser brengt de schuldenaar op de hoogte dat hij de ontbinding zal vragen en geeft hiervoor ook de reden;
Deze buitengerechtelijke ontbinding is riskant. De rechter zal immers achteraf deze buitengerechtelijke ontbinding verifiëren. Indien hij van mening is dat de bouwheer onterecht het contract als ontbonden heeft beschouwd, dan zal hij een schadevergoeding moeten betalen.
De schuldeiser die aanvankelijk voor de gedwongen uitvoering kiest, doet geen afstand van de mogelijkheid om het contract te ontbinden. HIj kan achteraf, d.m.v. een nieuwe vordering, alsnog de gerechtelijke ontbinding van de overeenkomst eisen op basis van artikel 1184 BW. De omgekeerde situatie is ook mogelijk zolang het contract nog niet ontbonden is.
Tevens kan het voorkomen dat de opdrachtgever de overeenkomst eenzijdig opzegt overeenkomstig artikel 1794 BW. Dit belet niet dat de ontbinding alsnog wordt uitgesproken, zelfs ten nadele van de partij die de overeenkomst heeft beëindigd.
Omgekeerd kan de opdrachtgever het contract ook eenzijdig opzeggen wanneer hij reeds een vordering in gerechtelijke ontbinding heeft ingesteld. Zolang de rechtbank de ontbinding niet heeft uitgesproken, bestaat de overeenkomst nog en kan ze worden opgezegd.
Gevolgen van de ontbinding
De ontbinding heeft tot gevolg dat de partijen in een toestand geplaatst worden waarin ze zich bevonden zouden hebben indien ze nooit gecontracteerd hadden. De ontbinding vergoedt bijgevolg niet de schade die is ontstaan wegens de tekortkomingen van de wederpartij. Om die vergoed te krijgen, moet men een bijkomende schadevergoeding vorderen.