Een geldige toestemming
Een aannemingsovereenkomst is geldig indien ze voldoet aan de voorwaarden in artikel 1108 BW:
- Er is een geldige toestemming:
Er moet een akkoord zijn over alle essentiële bestanddelen opdat de overeenkomst tot stand kan komen. Dit is niet verplicht voor bijkomende zaken. Het kan dus zijn dat er al een overeenkomst is, terwijl men het nog niet eens is over de bijkomende zaken. Toestemming kan schriftelijk, maar ook mondeling geuit worden. Men kan dit eventueel ook impliciet afleiden, bijvoorbeeld door de uitvoering van betaling. Toestemming impliceert ook dat men duidelijke kennis had over het contract.
Het contract van de onderaanneming wordt niet beschouwd als een accessorium van de hoofdaannemingsovereenkomst. Het niet tot stand komen van de hoofdaannemingsovereenkomst heeft dan ook geen inlvoed op het bestaan en de geldigheid van de onderaanneming.
Bekwaamheid om te contracteren
- Partijen zijn bekwaam om te contracteren:
Bij het aangaan van een overeenkomst, is men verplicht om handelingsbekwaam te zijn. In principe kan iedereen een contract aangaan, met uizondering van degene die in de wet onbekwaam zijn verklaard (art.1123 BW). Dit zijn bijvoorbeeld minderjarigen, onbekwaam verklaarden, enzovoort.
1/. Minderjarigen:
Een minderjarige is iemand die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (art. 388 BW). Zij zijn in principe onbekwaam om te contracteren. De ontvoogde minderjarige is enkel bekwaam wanneer hij daden van beheer stelt (art. 481 BW), zoals bijvoorbeeld de aankoop van een roerend goed.
2/. Geesteszieken
Een geesteszieke is soms gedeeltelijk en soms volledig onbekwaam tot het sluiten van een contract. De volledige onbekwamen kunnen zelf nooit een contract sluiten en hun vertegenwoordigers treden desgevallend op in hun naam. De gedeeltelijke onbekwamen kunnen wel een contract sluiten, maar er moet dan wel bijstand zijn.
3/. Gefailleerden
Wanneer een zaak failliet wordt verklaard, zal een gefailleerde o.m. zijn goederen en betalingen niet meer mogen beheren. Hiervoor wordt een curator aangesteld. Dit wil niet zeggen dat de gefailleerde onbekwaam wordt verklaard. Hij kan immers altijd nieuwe opdrachten uitvoeren, tenzij er een verbod op handel opgelegd werd door de rechtbank.
4/. Echtgenoten
Ook het huwelijk wijzigt de handelingsbekwaamheid niet (art. 212 BW). Men bestuurt na het huwelijk nog steeds zijn eigen vermogen (art. 1425 BW), met uitzondering van de gezinswoning (art. 215 BW).
5/. Mede-eigenaars
Mede-eigenaars zijn beiden bekwaam om een aannemingsovereenkomst te sluiten over hun grond. Dit mogen zij apart doen, zonder toestemming van de andere, voor daden van behoud en voor daden van beheer. Voor de daden van beschikking is toestemming van beiden noodzakelijk.
Een welbepaald en wettig voorwerp
- Een welbepaald en wettig voorwerp:
Het voorwerp moet bepaald of bepaalbaar zijn (art. 1129 BW), bijvoorbeeld een bouwconstructie. Alle details moeten hierbij bekend zijn. Voor de totstandkoming van een geldige aannemingsovereenkomst moeten er evenwel geen exacte prijzen afgesproken worden tussen de partijen.
Daarnaast moet het voorwerp ook zeker zijn. Bij onzekerheid kunnen de werken immers niet uitgevoerd worden. Ten slotte moet het voorwerp ook wettig zijn.
Indien er in het contract een ongeoorloofd voorwerp bevat, zal de nietigheid ex tunc uitgesproken worden. Ex tunc betekent "met terugwerkende kracht", waardoor de overeenkomst geacht wordt nooit bestaan te hebben.
Men moet er ook voor zorgen dat de overeenkomst niet onevenwichtig is. Dit houdt in dat er bijvoorbeeld niet veel meer rechten mogen instaan voor de aannemer dan voor de consument. Omtrent het voorwerp kan tenslotte nog opgemerkt worden dat ook artikel VI.82 WER aangeeft dat het voorwerp duidelijk moet aangeven wat de taken zijn van de aannemer.
Een geoorloofde oorzaak
- Een geoorloofde oorzaak:
Artikel 1108 BW bepaalt dat de overeenkomst ook een werkelijke en geoorloofde oorzaak moet hebben. Dit is de doorslaggevende beweegreden. De oorzaak is ongeoorloofd wanneer het door de wet verboden is of strijdig is met de openbare orde of de goede zeden (art. 1133 BW).