Wat is feitelijke bekwaamheid?
De feitelijke bekwaamheid van een persoon is de feitelijke mogelijkheid om een bepaalde daad te stellen. Het is het ‘in staat zijn’ om zelf handelingen uit te voeren. De feitelijke bekwaamheid bestaat uit drie onderdelen.
De feitelijke bekwaamheid om materiële handelingen te stellen.
De bekwaamheid om bepaalde materiële handelingen te stellen, zoals bijvoorbeeld de bekwaamheid om te spreken, te schrijven, een rijtuig te besturen, is voor het recht wel degelijk relevant. In functie van deze bekwaamheid zijn er bepaalde regels van toepassing of niet.
De feitelijke bekwaamheid om rechtshandelingen te stellen.
Indien we het hebben over de feitelijke bekwaamheid om rechtshandelingen te verrichten, spreken we over het feitelijk vermogen om eenzijdige rechtshandelingen te stellen, bijvoorbeeld het aanvaarden of verwerpen van een erfenis, of het afsluiten van overeenkomsten In het verbintenissenrecht gaat het om het kunnen geven van een geldige toestemming voor het aangaan van een verbintenis (art. 1108 BW). Het gaat dan om de wilsbekwaamheid (art. 490 BW), of de “gezondheid van geest” (art. 901 BW).
De toerekeningsvatbaarheid of de schuldbekwaamheid.
Het gaat om het vermogen dat iemand bezit om de toedracht van zijn daden in te schatten en deze te controleren.
Bij gevallen waar er sprake is van een ziekelijke stoornis van iemands geestvermogens spreken we over een schulduitsluitingsgrond d.w.z. dat de persoon is ontoerekeningsvatbaar. De term schuldbekwaamheid komt voornamelijk voor in het strafrecht, in de contractuele aansprakelijkheid, de aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad.