U verbouwde jarenlang mee aan de woning van uw partner, en na de breuk staat u met lege handen. Of u betaalde de schulden van een familielid, zonder dat er iets werd afgesproken. Is het rechtvaardig dat de ander de winst houdt? Het Burgerlijk Wetboek biedt in zulke gevallen een uitweg: de ongerechtvaardigde verrijking.
De voorwaarden
Volgens art. 5.135 BW moet een persoon die zonder rechtvaardiging verrijkt wordt ten koste van een ander, die ander vergoeden. Er moet dus sprake zijn van:
- een verrijking van de ene persoon;
- een verarming van de andere persoon;
- een verband tussen beide: de verrijking gebeurt ten koste van de verarmde;
- geen rechtvaardiging voor de verrijking en de verarming.
De wet geeft één voorbeeld van een rechtvaardiging: de verarmde wilde de waarde blijvend naar de verrijkte laten overgaan, bijvoorbeeld met de bedoeling om te schenken. In de rechtsleer worden ook andere rechtvaardigingen aangenomen, zoals een contract of een wettelijke bepaling die de verschuiving verklaart.
Een vordering als laatste redmiddel
De vordering uit ongerechtvaardigde verrijking is subsidiair (art. 5.136 BW). U kunt ze niet instellen als u over een andere vordering beschikt, bijvoorbeeld op grond van een contract. Ook als die andere vordering op een juridisch obstakel botst, zoals de verjaring, kunt u niet uitwijken naar de ongerechtvaardigde verrijking.
Hoeveel krijgt u terug?
De vergoeding is het laagste bedrag van de verrijking en de verarming (art. 5.137 BW). Beide worden gewaardeerd op het moment van de vergoeding. Werd de woning intussen meer waard, of verloor uw investering waarde, dan speelt dat dus mee.
Voorbeeld: u betaalde € 20.000 voor een nieuwe keuken in de woning van uw ex-partner, en de woning is daardoor € 15.000 meer waard. Staat vast dat er geen rechtvaardiging is, dan kunt u in principe € 15.000 terugvragen.
Binnen welke termijn?
Boek 5 bevat geen aparte verjaringstermijn voor deze vordering. De algemene verjaringstermijn van tien jaar voor persoonlijke rechtsvorderingen blijft gelden (art. 2262bis oud Burgerlijk Wetboek). Lees ook Wat is een natuurlijke verbintenis?
Kort samengevat: vraag en antwoord
Wat is ongerechtvaardigde verrijking? Een verrijking van de ene persoon ten koste van een andere, zonder rechtvaardiging. De verrijkte moet de verarmde dan vergoeden (art. 5.135 Burgerlijk Wetboek).
Hoeveel vergoeding krijg ik bij ongerechtvaardigde verrijking? Het laagste bedrag van de verrijking en de verarming, gewaardeerd op het moment van de vergoeding (art. 5.137). De vordering kan alleen als u geen andere vordering heeft (art. 5.136).
Veelgestelde vragen
Kan ik een schenking terugvragen via ongerechtvaardigde verrijking?
In principe niet. Wie de waarde blijvend wilde laten overgaan, bijvoorbeeld met de bedoeling te schenken, heeft een rechtvaardiging gegeven.
Wat als mijn contractuele vordering verjaard is?
Dan kunt u niet uitwijken naar de ongerechtvaardigde verrijking. De wet sluit dat uitdrukkelijk uit (art. 5.136).
Op welk moment wordt de verrijking berekend?
Op het moment van de vergoeding, niet op het moment van de verrijking.
Binnen welke termijn moet ik de vordering instellen?
In principe binnen tien jaar (art. 2262bis oud Burgerlijk Wetboek).