Fiscale hervorming onderhoudsgeld
De fiscale behandeling van onderhoudsgeld is intussen effectief gewijzigd. Waar eerder vooral sprake was van aangekondigde plannen, is vandaag duidelijk welke richting de hervorming uitgaat en welke gevolgen dat heeft voor onderhoudsplichtigen en onderhoudsgerechtigden.
Wat betekent dit nu concreet voor onderhoudsplichtigen? We bespreken de belangrijkste aandachtspunten van de fiscale hervorming in deze Wanted Fact, aangepast aan de toestand van vandaag.
Lees ook onze bijdrage in Het Laatste Nieuws over de fiscale hervorming.
Wat is er veranderd?
Onderhoudsplichtigen konden vroeger 80% van het betaalde onderhoudsgeld fiscaal aftrekken, op voorwaarde dat aan vier cumulatieve voorwaarden werd voldaan:
- De onderhoudsverplichting is gebaseerd op het Burgerlijk of het Gerechtelijk Wetboek of op gelijkwaardige buitenlandse regelgeving.
- De begunstigde van het onderhoudsgeld maakt geen deel uit van het gezin van de betaler.
- Het onderhoudsgeld wordt regelmatig betaald.
- De betalingen kunnen worden bewezen met bewijsstukken.
Die regeling was bedoeld om de financiële last van de betaler te verlichten. Vandaag staat vast dat die aftrekbaarheid gradueel wordt afgebouwd. De aftrekbaarheid van onderhoudsuitkeringen daalt stapsgewijs van 80% naar 50%. Daarnaast zijn onderhoudsuitkeringen aan ontvangers buiten de EU of Zwitserland in principe niet langer aftrekbaar.
Concreet betekent dit dat onderhoudsgeld betaald in inkomstenjaar 2025 nog voor 70% fiscaal in aanmerking komt, in inkomstenjaar 2026 voor 60% en in inkomstenjaar 2027 nog voor 50%.
Een voorbeeld toont meteen de impact van die dalende percentages. Stel dat u maandelijks een onderhoudsbijdrage van 600 EUR betaalt voor uw twee kinderen. Dan zal het fiscale voordeel vandaag en de komende jaren aanzienlijk lager liggen dan onder de vroegere regeling.
Zoals u ziet, gaat het om een aanzienlijke vermindering van de aftrekbaarheid in een relatief korte periode.
Voor personen die in het verleden met het fiscale voordeel rekening hielden bij het vastleggen van het onderhoudsgeld, betekent deze afbouw vaak een onverwachte financiële tegenvaller. Deze nieuwe regels zullen ook een invloed hebben op toekomstige onderhandelingen over onderhoudsgeld. Partijen zullen sneller rekening houden met de lagere aftrekbaarheid, wat mogelijk druk zet op het bedrag van de onderhoudsbijdrage.
Rechtszekerheid
De fiscale hervorming roept nog steeds vragen op over de rechtszekerheid van de betrokken partijen. Afspraken die in het verleden zijn gemaakt, werden vaak afgesloten met het oog op fiscale voordelen die vandaag afnemen of verdwijnen.
In deze context blijft het grondwettelijk beginsel van de rechtsstaat van belang. Dat beginsel houdt in dat rechtsregels niet alleen moeten bestaan, maar ook op een transparante, consistente en zorgvuldige manier moeten worden toegepast. Daarnaast moeten burgers gelijk worden behandeld voor de wet.
Wanneer fiscale wijzigingen doorwerken in eerder gemaakte afspraken, kan dit aanleiding geven tot discussies over evenredigheid, redelijkheid en de bescherming van bestaande verwachtingen.
Deze veranderingen raken dus niet alleen de persoonlijke financiële situatie van vele mensen, maar ook het rechtszekerheidsbeginsel. Dat beginsel geeft burgers een zekere standvastigheid met betrekking tot de op hen toepasselijke wetgeving. Het geeft hen de zekerheid dat zij hun rechten en plichten kennen en zich daarop kunnen beroepen.
Om die rechtszekerheid te waarborgen, moet de overheid burgers binnen een redelijke termijn vertrouwd maken met de regels die op hen van toepassing zijn. Wanneer fiscale regels ingrijpend wijzigen en bestaande afspraken raken, leidt dat onvermijdelijk tot onzekerheid.
Aanpassing onderhoudsgeld
Eerst en vooral kunnen ouders onderling overeenkomen om het bedrag van de onderhoudsbijdrage te wijzigen. Het blijft aangeraden om zo’n akkoord te laten homologeren door de rechtbank, zodat latere discussies worden vermeden.
Daarnaast kan een herziening ook plaatsvinden op grond van artikel 209 van het oud BW.
Het onderhoudsgeld kan bovendien gewijzigd worden wanneer aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan:
- Er is sprake van nieuwe omstandigheden.
- Die doen zich voor buiten de wil van de partijen.
- Die wijzigen de toestand van de partijen of van hun kinderen op ingrijpende wijze.
De vraag is natuurlijk of de fiscale hervorming in elk dossier aan die voorwaarden voldoet. In sommige situaties zal de lagere aftrekbaarheid een wezenlijke impact hebben op de financiële draagkracht van de onderhoudsplichtige. In andere dossiers zal die impact beperkter zijn. Veel zal dus afhangen van de concrete omstandigheden en van de beoordeling door de rechtbank.
Permanente saisine
Op grond van artikel 1253ter/7 Ger.W. kan de rechter een onderhoudsbijdrage herzien via de zogenaamde permanente saisine. Maar ook daar blijft de vraag of een fiscale wetswijziging op zich volstaat om deze procedure te activeren.
Op de permanente saisine kan enkel beroep worden gedaan wanneer er sprake is van nieuwe elementen. De fiscale hervorming kan in bepaalde dossiers als zo’n nieuw element worden beschouwd, maar dat is allerminst vanzelfsprekend.
Om succesvol beroep te doen op de permanente saisine, zal moeten worden aangetoond dat de fiscale wijziging leidt tot een substantiële wijziging van de financiële situatie van de betrokken partijen. Dat zal verschillen van dossier tot dossier en ook afhangen van de interpretatie van de rechter.
Met andere woorden: de ene rechter zal daarin mogelijk voldoende grond zien voor een herziening, terwijl een andere rechter dit strenger zal beoordelen.
Conclusie
De fiscale hervorming van onderhoudsuitkeringen is vandaag geen louter plan meer, maar een concrete realiteit met tastbare gevolgen. De aftrekbaarheid wordt stapsgewijs afgebouwd van 80% naar 50%, waardoor onderhoudsgeld voor veel betalers fiscaal minder voordelig wordt dan vroeger.
Voor onderhoudsplichtigen is het belangrijk om hiermee rekening te houden, aangezien deze wijziging hun financiële situatie aanzienlijk kan beïnvloeden. In bepaalde dossiers kan dat een argument vormen om een herziening van het onderhoudsgeld te vragen, maar het is vandaag nog steeds niet zeker hoe ver rechtbanken daarin zullen meegaan.
De concrete gevolgen zullen in de praktijk verder moeten worden uitgeklaard. Wel staat vast dat fiscaliteit ook in onderhoudsdossiers een belangrijke factor blijft. Net daarom is het aangewezen om bestaande afspraken of lopende dossiers opnieuw tegen het licht te houden wanneer de fiscale impact aanzienlijk blijkt te zijn.
Om een toevloed aan procedures te vermijden, blijft het bovendien verdedigbaar dat dergelijke fiscale wijzigingen best op een duidelijke en rechtszekere manier worden toegepast, met voldoende aandacht voor bestaande regelingen.
Contacteer Wanted Law!
Wil u meer weten over de impact hiervan op uw dossier? Of heeft u andere vragen over onderhoudsgeld? Contacteer dan gerust een van onze Wanted lawyers.