Oplichting
Helaas is oplichting een term die we tegenwoordig steeds vaker horen. Zowel particulieren als bedrijven zijn er het slachtoffer van.
Maar wat verstaat men er precies onder en hoe kan men hier tegen optreden? We bieden u een antwoord op deze vragen in deze Wanted Fact.
Oplichting in het Strafwetboek
Oplichting is opgenomen in artikel 496 van het Strafwetboek en men beschrijft het als volgt:
“Hij die, met bedrieglijk opzet, beoogt een onrechtmatig economisch voordeel voor zichzelf of voor een ander te verwerven, hetzij door gebruik te maken van valse namen of valse hoedanigheden, hetzij door listige kunstgrepen aan te wenden om te doen geloven aan het bestaan van valse ondernemingen, van een denkbeeldige macht of van een denkbeeldig krediet, om een goede afloop, een ongeval of enige andere hersenschimmige gebeurtenis te doen verwachten of te doen vrezen of om op andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen of van de lichtgelovigheid.”
Om te kunnen spreken van oplichting moet dus voldaan zijn aan enkele voorwaarden:
- Er moet sprake zijn van een bedrieglijk inzicht waarbij de dader het oogmerk moet hebben om zichzelf of een ander een zaak of een deel van de zaak toe te eigenen die aan een ander toebehoort. Dit oogmerk moet doelgericht zijn en kan niet bestaan uit nalatigheid.
- Men moet gebruik maken van bedrieglijke middelen tot het bekomen van de afgifte of de aflevering. Deze bedrieglijke middelen kunnen zijn:
- Het gebruiken van valse namen (ofwel mondeling ofwel schriftelijk);
- Het gebruiken van valse hoedanigheden: een titel, een functie, een verwantschap aanmeten die men in werkelijkheid niet heeft (ofwel mondeling ofwel schriftelijk) waarbij men tot doel heeft een derde te misleiden en hem het vertrouwen in te boezemen dat aan die hoedanigheid is verbonden.
- Het aanwenden van listige kunstgrepen: het stellen van uitwendige zichtbare en tastbare bedrieglijke handelingen, manoeuvres. Een louter leugenachtige mondelinge bewering volstaat dus niet.
- Er moet sprake zijn van een afgifte of aflevering van alle soorten van materiële zaken die tot andermans vermogen behoren. Een uitzondering hierop betreft onroerende goederen en dienstprestaties of levering van diensten. Een eigendomsoverdracht van de zaak van het slachtoffer naar de dader is niet vereist, de afgifte van de zaak volstaat.
De listige kunstgrepen moeten bovendien bepalend zijn voor de afgifte of de levering van de zaak, er moet dus een oorzakelijk verband bestaan tussen de listige kunstgrepen en de afgifte of de levering.
Om van oplichting te kunnen spreken is het niet vereist dat er sprake is van effectieve schade. Het volstaat dat er sprake is van eventuele schade, waarbij het enkele feit van de afgifte, de levering of de onrechtmatige toe-eigening van andermans goed in de regel een werkelijke schade zal veroorzaken.
Oplichting wordt bestraft met een gevangenisstraf van één maand tot vijf jaar en met een geldboete van 26,00 EUR tot 3.000,00 EUR (te vermeerderen met opdeciemen). Niet enkel het volbrachte misdrijf is strafbaar maar ook de poging tot oplichting is strafbaar met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en een geldboete van 26,00 EUR tot 2.000,00 EUR (te vermeerderen met opdeciemen).
Oplichting of misbruik van vertrouwen?
Oplichting en het misbruik van vertrouwen zijn twee rechtsfiguren die dicht bij elkaar aanleunen. Echter zit hier toch een klein verschil in:
Het cruciale verschil tussen oplichting en misbruik van vertrouwen schuilt in de manier waarop de afgifte plaatsvindt en de intenties van de dader tijdens het moment van overhandiging. Bij misbruik van vertrouwen geeft het slachtoffer vrijwillig een zaak aan de dader met kennis van zaken, met de afspraak dat de dader het ofwel moet teruggeven of het voor een specifiek doel moet gebruiken. Echter beslist de dader om de zaak op een bedrieglijke wijze te verduisteren. Terwijl bij oplichting de dader de zaak laat afgeven door de benadeelde, waarbij de toestemming van het slachtoffer werd verkregen door bedrieglijke middelen zoals hierboven vernoemd.
Wat kan u doen als slachtoffer van oplichting?
De meeste slachtoffers van oplichting dienen een klacht in met burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter. De onderzoeksrechter moet dan de feiten nagaan en onderzoeken in het kader van een gerechtelijk onderzoek.
Let op: indien u als slachtoffer zelf een onderzoek opent, moet u een borgsom betalen voordat u de klacht kunt indienen. Voor particulieren bedraagt deze borgsom 500,00 EUR en voor vennootschappen 1.000,00 EUR. Zorg er dus voor dat u zeker bent dat u bent opgelicht.
Aan het einde van het onderzoek legt de onderzoeksrechter het dossier voor aan de Raadkamer. De Raadkamer beoordeelt vervolgens of er voldoende bezwaren zijn tegen de verdachte om de zaak door te verwijzen naar de correctionele rechtbank. Als de zaak wordt doorverwezen, ontvangt u de borgsom terug. Als de verdachte buiten vervolging blijft, kunnen de gerechtskosten voor rekening van de klager komen.
Daarnaast kunt u als slachtoffer van oplichting ook burgerlijke partij stellen in een gerechtelijk onderzoek dat al loopt en waarin de feiten al worden onderzocht. Dit kan via een klacht bij de onderzoeksrechter, zonder dat u een borgsom hoeft te betalen.
Contacteer dan zeker Wanted Law!
Iets gelijkaardigs meegemaakt en wil u zeker zijn of strafrechtelijke stappen nuttig zijn?